1. Het is verboden ten behoeve van nachtverblijf een kampeermiddel of een voertuig te plaatsen of te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.

  2. Het verbod geldt niet voor:

    1. kampeermiddelen en voertuigen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein bij een woning;

    2. vrachtauto’s als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, indien het tijdelijk kamperen plaatsvindt:

    1. ten behoeve van een evenement; of

    2. als een groep met een gemeenschappelijk doel ten tijde van dit kamperen, zoals een sport- of verenigingskamp.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:

    1. natuur en landschap; of

    2. een stadsgezicht.