Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal of een beplanting van bosplantsoen;

  2. hakhout: één of meer bomen of boomvormers die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

  3. vellen: kappen, rooien, verplanten, kandelaberen, knotten, alsmede het verrichten van andere handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

  4. dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ten gunste van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd;

  5. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 4.1, onderdeel a, van de Wet Natuurbescherming, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 3.1 van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet;

  6. boomwaarde: de monetaire waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs Bomen;

  7. bomenlijst: de door het college vastgestelde lijst van bijzondere bomen en toekomstbomen als bedoeld in artikel 4:11F;

  8. Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw, aanleg of andere omgevingsactiviteit voor een boom of bomen, met mogelijke alternatieven en compensatie, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting en CROW.