1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  2. In afwijking van het eerste lid wordt overtreding van artikel 5:41, tweede en derde lid, artikel 5:42 en artikel 5:43, eerste tot en met vierde lid, gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  3. In afwijking van het eerste lid is een gedraging in strijd met de volgende artikelen een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3º van de Wet op de economische delicten: 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, 2:12, 4:11, 4:23, 4:25, 4: 27 tot en met 4:29, 4:31, 4:33 tot en met 4:39.