1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als:

    1. de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is;

    2. het aantal aanvragen groter is dan het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen.

  3. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste twaalf weken.

  4. Het college kan nadere regels stellen voor de verdeling van de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vergunningen en ontheffingen.