1. Als het college het nodig oordeelt dat de door haar toegekende aanduidingen, bedoeld in artikel 5:39, tweede lid, aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde aanduidingen vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  2. Als het college het nodig oordeelt een naamaanduiding, waarop de vervallen naam is doorgehaald, gedurende ten hoogste een jaar naast de naamaanduiding met de nieuwe naam te handhaven laat de rechthebbende dit toe.

  3. De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste en tweede lid bedoelde naamaanduidingen vanaf de weg duidelijk leesbaar blijven.