1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

  2. Indien de daarvoor bestemde ruimten en plaatsen zijn voorzien van rekken, dient de fiets of bromfiets in een rek te worden geplaatst.

  3. In afwijking van het bepaalde in artikel 5:5 is het is verboden fietsen en bromfietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een verwaarloosde toestand verkeren, op een openbare plaats te laten staan.

  4. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

  5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

  6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.