1. In dit artikel wordt verstaan onder het sprokkelen van hout: het verzamelen en verwijderen van staand of losliggend, vermolmd dan wel uitdrogend dood hout.

  2. Ter bescherming van natuur en landschap is het op openbare plaatsen verboden om grootschalig:

    1. bloemen of planten te plukken, uit te steken of bij zich te hebben;

    2. hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben;

    3. paddenstoelen van hun groeiplaats te verwijderen of bij zich te hebben;

    4. zaden, vruchten en noten van bomen, struiken, planten en bloemen te verzamelen of bij zich te hebben.

  3. Het verbod geldt niet:

    1. ten aanzien van door de rechthebbende of met toestemming van de rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel elders afkomstige bloemen of planten, hout, paddenstoelen of zaden, vruchten en noten;

    2. indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van normale onderhoudswerkzaamheden of ter herinrichting van het openbaar groen.

  4. Het in het tweede lid, onder b, bepaalde geldt voorts niet wanneer er voor het sprokkelen van hout of voor het gesprokkeld hout bij zich hebben een vergunning of ontheffing is verleend door het bevoegde bestuursorgaan.

  5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of het Wetboek van Strafrecht.