1. De door het college aan de openbare ruimte of een gedeelte daarvan toegekende namen, bedoeld in artikel 5:39, worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.

  2. De door het college aan een object toegekende nummers, bedoeld in artikel 5:40, tweede en vierde lid, worden daaraan op doeltreffende wijze aangebracht.

  3. Het is een ieder die daartoe niet bevoegd is, verboden namen aan de openbare ruimte of delen daarvan, dan wel nummers aan een pand of verblijfsobject, lig- of standplaats of afgebakend terrein, toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.