Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 8.5.2.6a

Specifieke voorschriften omgevingsvergunning milieubelastende activiteit – het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib

Artikel 8.70a

Deze paragraaf is van toepassing op een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die betrekking heeft op het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib afkomstig van zuiveringsinstallaties voor huishoudelijk of stedelijk afvalwater.

Artikel 8.70b

Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat alleen zuiveringsslib op of in de bodem wordt gebracht dat op grond van hoofdstuk III van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet mag worden verhandeld.

Artikel 8.70c

Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het brengen van zuiveringsslib op landbouwgronden alleen plaatsvindt, voor zover de waarden voor een of meer van de in de landbouwgronden aanwezige stoffen, bedoeld in tabel 8.70c, niet worden overschreden.

Tabel 8.70c Grenswaarden

Stof

Grenswaarde

Cadmium

Ten hoogste 0,4 + 0,007 (L + 3H) mg/kg ds

Chroom

Ten hoogste 50 + 2 L mg/kg ds

Koper

Ten hoogste 15 + 0,6 (L + H) mg/kg ds

Kwik

Ten hoogste 0,2 + 0,0017 (2 L + H) mg/kg ds

Nikkel

Ten hoogste 10 + L mg/kg ds

Lood

Ten hoogste 50 + L + H mg/kg ds

Zink

Ten hoogste 50 + 1,5 (2 L + H) mg/kg ds

Arseen

Ten hoogste 15 + 0,4 (L + H) mg/kg ds

L = % lutum

H = % organische stof

Artikel 8.70d

Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het brengen van zuiveringsslib op:

  1. grasland of weidegronden als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, niet plaatsvindt in de periode dat deze worden beweid;

  2. bouwland met voedergewassen, niet plaatsvindt als er binnen drie weken wordt geoogst;

  3. bouwland met groenteaanplant of fruitaanplant, anders dan fruitbomenaanplant, niet plaatsvindt in de groeiperiode van de groenten of het fruit; en

  4. bouwland voor het telen van rauw te consumeren groenten of fruit, niet plaatsvindt minder dan tien maanden voor de oogst.

Artikel 8.70e

  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:

    1. het zuiveringsslib op landbouwgronden wordt gebracht in hetzelfde kalenderjaar als het jaar waarin een gewas wordt geteeld;

    2. de hoeveelheid op landbouwgronden te brengen vloeibaar zuiveringsslib niet groter is dan:

      1. twee ton droge stof per hectare per jaar op bouwland; en

      2. één ton droge stof per hectare per jaar op grasland;

    3. de hoeveelheid op landbouwgronden te brengen steekvast zuiveringsslib niet groter is dan:

      1. vier ton droge stof per hectare per twee jaar op bouwland; en

      2. twee ton droge stof per hectare per twee jaar op grasland; en

    4. het grondgebruik tijdens de perioden, bedoeld onder b en c, voor de betrokken hectares gelijk blijft.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid, onder b en c, is de situatie op 15 mei van een kalenderjaar waarin zuiveringsslib wordt gebruikt, bepalend voor de vraag of sprake is van bouwland of grasland. Als niet op 15 mei maar in de loop van het kalenderjaar een gewas wordt geteeld, is voor de toepassing van het eerste lid, onder b en c, sprake van bouwland.

Artikel 8.70f

Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden over het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib:

  1. bij specifieke weers-, geologische en fysieke omstandigheden;

  2. bij het bevloeien of beregenen van de bodem; en

  3. gedurende bepaalde perioden.

Artikel 8.70g

  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bodem voordat het zuiveringsslib op of in de bodem wordt gebracht, wordt bemonsterd en geanalyseerd.

  2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat van de bemonstering en analyse een rapportage wordt opgesteld die ten minste tien jaar na de bemonstering wordt bewaard.

  3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning over wijze en frequentie van de bemonstering en analyse, bedoeld in het eerste lid, en de rapportage, bedoeld in het tweede lid.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving