-
Deze paragraaf is van toepassing op milieubelastende activiteiten die betrekking hebben op het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening, bedoeld in de artikelen 3.84, eerste lid, aanhef en onder c, en 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, anders dan:
de injectie van water en de herinjectie van opgepompt grondwater, bedoeld in artikel 11, derde lid, onder j, eerste en tweede gedachtestreepje, van de kaderrichtlijn water, als dat krachtens dat artikel is toegestaan; en
het storten van niet-gevaarlijke, niet-inerte winningsafvalstoffen, tenzij die worden gestort in een winningsafvalvoorziening categorie A.
-
Tenzij de opslag plaatsvindt in een winningsafvalvoorziening categorie A of in een winningsafvalvoorziening voor in het winningsafvalbeheersplan, bedoeld in artikel 5 van de richtlijn winningsafval, als gevaarlijk afval aangemerkt afval, zijn de artikelen 8.64 tot en met 8.70 van dit besluit en paragraaf 8.2 en titel 17.1A van de Wet milieubeheer niet van toepassing op de opslag van:
niet-gevaarlijke, niet-inerte winningsafvalstoffen, gedurende een periode van ten hoogste een jaar;
niet-gevaarlijk afval afkomstig uit prospectie, gedurende een periode van ten hoogste drie jaar;
niet-verontreinigde grond;
afval uit de winning, behandeling en opslag van turf; en
inerte winningsafvalstoffen.
Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel
Inhoud
§ 8.5.2.6
Artikel 8.64
Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:
het winningsafvalbeheersplan, bedoeld in artikel 5 van de richtlijn winningsafval, wordt gewijzigd bij ingrijpende wijzigingen in de structuur of de exploitatie van de winningsafvalvoorziening of in de gestorte afvalstoffen, waardoor naar het oordeel van het bevoegd gezag belangrijke negatieve gevolgen kunnen ontstaan voor de gezondheid of het milieu;
het winningsafvalbeheersplan elke vijf jaar wordt herzien; en
een wijziging of herziening van het winningsafvalbeheersplan aan het bevoegd gezag wordt meegedeeld.
Artikel 8.65
Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden over vakbekwaamheid en de opleiding van degene die de winningsafvalvoorziening exploiteert en de op de winningsafvalvoorziening werkzame personen.
Artikel 8.66
-
Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:
de winningsafvalvoorziening in overeenstemming met het door het bevoegd gezag goedgekeurde ontwerp wordt aangelegd of gebouwd; en
na de oplevering van de winningsafvalvoorziening en voor de ingebruikneming daarvan aan het bevoegd gezag een rapportage wordt overgelegd, waarin zijn aangegeven:
- 1°
de wijze waarop de directievoering op de aanleg of bouw heeft plaatsgevonden;
- 2°
de tijdens de werkzaamheden ten opzichte van het bestek doorgevoerde afwijkingen en de op die afwijkingen betrekking hebbende revisietekeningen; en
- 3°
de resultaten van een controle op de deugdelijkheid en fysische stabiliteit van de opgeleverde winningsafvalvoorziening.
- 1°
-
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op veranderingen van de winningsafvalvoorziening.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over de controle, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, onder 3°.
Artikel 8.67
-
Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:
de winningsafvalvoorziening zo wordt beheerd en onderhouden dat de fysische stabiliteit is verzekerd en verontreiniging of besmetting van bodem, lucht, oppervlaktewaterlichamen of grondwater en schade aan het landschap zoveel mogelijk wordt voorkomen of tegengegaan;
verontreinigd water of percolaat zo wordt opgevangen, verzameld en gezuiverd of afgevoerd dat geen gevaar bestaat voor verontreiniging van de bodem of het grondwater;
erosie door water of wind wordt tegengegaan, als dat technisch mogelijk en economisch haalbaar is;
door periodieke controle van de winningsafvalvoorziening door op de winningsafvalvoorziening werkzame vakbekwame personen wordt verzekerd dat de voorziening voldoet aan de voorschriften die aan de omgevingsvergunning zijn verbonden; en
maatregelen worden getroffen wanneer de resultaten van de controle, bedoeld onder d, wijzen op instabiliteit of verontreiniging van het water of de bodem.
-
Aan de omgevingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat de gegevens van de controle, bedoeld in het eerste lid, onder d, samen met de vergunningdocumentatie gedurende ten minste vijf jaar worden bewaard om een passende overdracht van informatie te verzekeren als de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder.
Artikel 8.68
-
Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat degene die de winningsafvalvoorziening exploiteert ten minste eenmaal per jaar op basis van verzamelde gegevens een verslag toezendt aan het bevoegd gezag:
om aan te tonen dat aan de voorschriften van de omgevingsvergunning wordt voldaan; en
om de kennis van het gedrag van de afvalstoffen en de winningsafvalvoorziening te vergroten.
-
Aan een omgevingsvergunning kan een voorschrift worden verbonden dat de plicht inhoudt dat degene die de winningsafvalvoorziening exploiteert, de gegevens, op basis waarvan het verslag is opgesteld, laat valideren.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over de validatie, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 8.69
-
Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:
in overeenstemming met de kaderrichtlijn water, verslechtering van de toestand van het water wordt voorkomen, door:
- 1°
evaluatie van de potentiële percolaatvorming, met inbegrip van de verontreinigde bestanddelen van het percolaat, vanuit de gestorte afvalstoffen zowel tijdens de bedrijfsuitoefening als na de sluiting van de winningsafvalvoorziening;
- 2°
de waterbalans van de winningsafvalvoorziening te bepalen;
- 3°
te voorkomen of tegen te gaan dat percolaat wordt gegenereerd en oppervlaktewaterlichamen, het grondwater of de bodem door de afvalstoffen worden verontreinigd; en
- 4°
het verontreinigde water en percolaat van de winningsafvalvoorziening te verzamelen en te behandelen totdat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde eisen voor lozing ervan;
- 1°
degene die de winningsafvalvoorziening exploiteert, de noodzakelijke maatregelen treft om stof- en gasemissies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken; en
degene die de winningsafvalvoorziening exploiteert, als winningsafvalstoffen worden teruggeplaatst in een uitgegraven ruimte die is ontstaan door boven- of ondergrondse winning en die na de sluiting mag volstromen:
- 1°
de noodzakelijke maatregelen treft om verslechtering van de toestand van het water en bodemverontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken; en
- 2°
het bevoegd gezag voorziet van de informatie die noodzakelijk is om te verzekeren dat wordt voldaan aan het Besluit activiteiten leefomgeving en de kaderrichtlijn water.
- 1°
-
In afwijking van het eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, kan toepassing daarvan achterwege blijven of kunnen andere voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden wanneer op basis van een beoordeling van de milieurisico’s en rekening houdend met de kaderrichtlijn water, wordt vastgesteld dat:
het verzamelen en behandelen van percolaat niet nodig is; of
de winningsafvalvoorziening geen potentieel gevaar vormt voor oppervlaktewaterlichamen, de bodem of het grondwater.
-
Aan een omgevingsvergunning voor het storten van winningsafvalstoffen in een ontvangend waterlichaam, dat niet is aangelegd voor de verwijdering van winningsafvalstoffen, wordt een voorschrift verbonden dat inhoudt dat degene die de winningsafvalvoorziening exploiteert, voldoet aan de toepasselijke bepalingen van de kaderrichtlijn water.
Artikel 8.70
Aan een omgevingsvergunning voor een winningsafvalvoorziening categorie A worden voorschriften verbonden die inhouden dat degene die de winningsafvalvoorziening exploiteert:
het preventiebeleid voor zware ongevallen als bedoeld in artikel 6 van de richtlijn winningsafval uitvoert;
bij zware ongevallen en andere voorvallen in overeenstemming met het interne noodplan, bedoeld in artikel 6 van de richtlijn winningsafval, onverwijld maatregelen treft om nadelige gevolgen voor de gezondheid of het milieu, met inbegrip van grensoverschrijdende gevolgen, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken; en
een veiligheidsmanager aanstelt, die verantwoordelijk is voor:
- 1°
de invoering en werking van de veiligheidsbeheerssystemen, bedoeld in artikel 6 van de richtlijn winningsafval; en
- 2°
de uitvoering van en het periodieke toezicht op het preventiebeleid voor zware ongevallen.
- 1°