Besluit kwaliteit leefomgeving

Inhoud

Artikel 8.62i

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.
  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het niveau van het grondwater binnen en in de directe omgeving van de stortplaats voor zover mogelijk wordt vastgesteld op de in de voorschriften aangegeven referentiepunten en controlemeetpunten.

  2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden waarin is aangegeven:

    1. welke parameters worden gemeten in het grondwater;

    2. op welke diepten in de bodem de monsterneming op elk meetpunt plaatsvindt;

    3. dat de parameters, bedoeld onder a, voor zover mogelijk worden gemeten op de referentiepunten en de controlemeetpunten, bedoeld in het eerste lid; en

    4. dat de metingen worden verricht in een vaste periode in het jaar.

  3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over:

    1. de frequentie van de vaststelling van het niveau van het grondwater, bedoeld in het eerste lid;

    2. de wijze waarop de referentiepunten en de controlemeetpunten, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald; en

    3. de frequentie van de metingen, bedoeld in het tweede lid, onder c.

11-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 29-05-2026 Historisch 31-01-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 20-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 21-12-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het niveau van het grondwater binnen en in de directe omgeving van de stortplaats voor zover mogelijk wordt vastgesteld op de in de voorschriften aangegeven referentiepunten en controlemeetpunten.

  2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden waarin is aangegeven:

    1. welke parameters worden gemeten in het grondwater;

    2. op welke diepten in de bodem de monsterneming op elk meetpunt plaatsvindt;

    3. dat de parameters, bedoeld onder a, voor zover mogelijk worden gemeten op de referentiepunten en de controlemeetpunten, bedoeld in het eerste lid; en

    4. dat de metingen worden verricht in een vaste periode in het jaar.

  3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over:

    1. de frequentie van de vaststelling van het niveau van het grondwater, bedoeld in het eerste lid;

    2. de wijze waarop de referentiepunten en de controlemeetpunten, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald; en

    3. de frequentie van de metingen, bedoeld in het tweede lid, onder c.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving