Besluit kwaliteit leefomgeving

Inhoud

Artikel 3.74

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 11-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 11-07-2026.
  1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan een certificatie-instelling op aanvraag aanwijzen voor het afgeven van certificaten voor een op grond van artikel 3.75, eerste lid, aangewezen certificatieschema. De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag.

  2. Een certificatie-instelling wordt alleen aangewezen als deze:

    1. is geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065;

    2. rechtspersoonlijkheid bezit;

    3. onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisaties, processen, diensten of producten;

    4. beschikt over voldoende kennis en deskundigheid en is toegerust om de taken naar behoren uit te oefenen;

    5. beschikt over een administratie waarin de gegevens over de uitoefening van haar taken op een systematische wijze worden vastgelegd;

    6. verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid voor risico’s die voortvloeien uit de uitoefening van haar taken;

    7. beschikt over een adequate klachtenregeling;

    8. in staat is te beslissen op bezwaarschriften; en

    9. in staat is te voldoen aan rapportage- en informatieverplichtingen op grond van artikel 11.26.

  3. Een aanwijzing kan worden ingetrokken of geschorst als de certificatie-instelling:

    1. daarom verzoekt;

    2. in surseance van betaling verkeert of failliet is verklaard; of

    3. niet voldoet aan de voorschriften die zijn verbonden aan de aanwijzing of aan de regels, gesteld in of krachtens deze afdeling.

  4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het indienen van een aanvraag en de gegevens die bij een aanvraag moeten worden verstrekt.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een certificatie-instelling kan aanwijzen, de aanwijzing kan wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, de voorschriften die aan een aanwijzing kunnen worden verbonden en de termijn waarvoor een aanwijzing geldt of kan worden geschorst.

  6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de vergoeding die door een certificatie-instelling in rekening kan worden gebracht voor de aanvraag van een certificaat.

11-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 29-05-2026 Historisch 31-01-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 20-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 21-12-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan een certificatie-instelling op aanvraag aanwijzen voor het afgeven van certificaten voor een op grond van artikel 3.75, eerste lid, aangewezen certificatieschema. De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag.

  2. Een certificatie-instelling wordt alleen aangewezen als deze:

    1. is geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065;

    2. rechtspersoonlijkheid bezit;

    3. onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisaties, processen, diensten of producten;

    4. beschikt over voldoende kennis en deskundigheid en is toegerust om de taken naar behoren uit te oefenen;

    5. beschikt over een administratie waarin de gegevens over de uitoefening van haar taken op een systematische wijze worden vastgelegd;

    6. verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid voor risico’s die voortvloeien uit de uitoefening van haar taken;

    7. beschikt over een adequate klachtenregeling;

    8. in staat is te beslissen op bezwaarschriften; en

    9. in staat is te voldoen aan rapportage- en informatieverplichtingen op grond van artikel 11.26.

  3. Een aanwijzing kan worden ingetrokken of geschorst als de certificatie-instelling:

    1. daarom verzoekt;

    2. in surseance van betaling verkeert of failliet is verklaard; of

    3. niet voldoet aan de voorschriften die zijn verbonden aan de aanwijzing of aan de regels, gesteld in of krachtens deze afdeling.

  4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het indienen van een aanvraag en de gegevens die bij een aanvraag moeten worden verstrekt.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een certificatie-instelling kan aanwijzen, de aanwijzing kan wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, de voorschriften die aan een aanwijzing kunnen worden verbonden en de termijn waarvoor een aanwijzing geldt of kan worden geschorst.

  6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de vergoeding die door een certificatie-instelling in rekening kan worden gebracht voor de aanvraag van een certificaat.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving