Besluit kwaliteit leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 11.1.2

Waterveiligheid

Artikel 11.9

  1. Monitoring voor de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.0c, vindt plaats door met metingen, berekeningen en modellen de overstromingskans of de faalkans te bepalen door te volgen procedures en te hanteren randvoorwaarden, volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

  2. Het dagelijks bestuur van het waterschap en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn belast met de uitvoering van de monitoring als de omgevingswaarde betrekking heeft op een dijktraject dat in beheer is bij het waterschap respectievelijk het Rijk.

Artikel 11.10

  1. Monitoring voor de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.0i, vindt plaats door bepaling van het waterkerend vermogen van een dijktraject door metingen, berekeningen en modellen volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

  2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van de monitoring.

Artikel 11.11

  1. Door monitoring wordt voor de signalering of voor de veiligheid van primaire waterkeringen maatregelen nodig zijn, bewaakt:

    1. de kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject waardoor het door het dijktraject beschermde gebied overstroomt op een zodanige wijze en in zodanige mate dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade, bedoeld in bijlage II, onder B, kolom 6; en

    2. de kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject waardoor de hydraulische belasting op een achterliggend dijktraject substantieel wordt verhoogd, bedoeld in bijlage II, onder B, kolom 7.

  2. Monitoring vindt plaats door met metingen, berekeningen en modellen de overstromingskans of de faalkans van een dijktraject in de actuele toestand te bepalen door te volgen procedures en te hanteren randvoorwaarden, volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.

  3. Het dagelijks bestuur van het waterschap en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zijn belast met de uitvoering van de monitoring als het gaat om een dijktraject dat in beheer is bij het waterschap respectievelijk het Rijk.

Artikel 11.12

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verzamelt gegevens over de mate waarin wordt voldaan aan de voor de grote rivieren opgestelde legger.

Artikel 11.13

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat verzamelt gegevens over de ligging van de kustlijn.

Artikel 11.14

  1. Gedeputeerde staten verzamelen gegevens over overstromingsgevaar als bedoeld in artikel 6, derde en vierde lid, van de richtlijn overstromingsrisico’s.

  2. Gedeputeerde staten verzamelen gegevens over overstromingsrisico’s als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van de richtlijn overstromingsrisico’s.

  3. De gegevens gaan niet over overstromingen vanuit rioolstelsels.

Artikel 11.15

  1. Het dagelijks bestuur van het waterschap en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stellen elke twaalf jaar een verslag op over de algemene waterstaatkundige toestand van de primaire waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap respectievelijk het Rijk.

  2. Het verslag bevat in ieder geval:

    1. de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 2.0c, en de andere parameters, bedoeld in artikel 11.11, eerste lid; en

    2. in voorkomend geval, de vermelding dat sprake is van overschrijding van een andere parameter als bedoeld in artikel 11.11, eerste lid.

Artikel 11.16

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt elke twaalf jaar een verslag op over de gegevens, bedoeld in artikel 11.12.

Artikel 11.17

  1. Gedeputeerde staten stellen een overstromingsgevaarkaart en een overstromingsrisicokaart vast.

  2. De overstromingsgevaarkaart verbeeldt de gegevens, bedoeld in artikel 11.14, eerste lid.

  3. De overstromingsrisicokaart verbeeldt de gegevens, bedoeld in artikel 11.14, tweede lid.

  4. De kaarten worden in ieder geval twee jaar voor de vaststelling van het overstromingsrisicobeheerplan vastgesteld.

Artikel 11.18

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt kaarten van de kustlijn, bedoeld in artikel 20.17, eerste lid, onder b, van de wet, vast, waarop die lijn is verbeeld.

← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving