Besluit kwaliteit leefomgeving

Inhoud

Artikel 8.29

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2024.
  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden over:

    1. het beschermen van de bodem en het grondwater en het regelmatig onderhouden van voorzieningen en het bewaken van maatregelen die worden getroffen ter voorkoming van emissies in de bodem en het grondwater, gebaseerd op een systematische evaluatie van het risico van milieuverontreiniging;

    2. het voorkomen van het ontstaan van afvalstoffen en afvalwater of, als dat niet mogelijk is, een doelmatig beheer van afvalstoffen en de monitoring van afvalstoffen en afvalwater;

    3. het voorkomen of zo veel mogelijk beperken van milieuverontreiniging die kan worden veroorzaakt door opstarten en stilleggen, lekken, storingen, korte stilleggingen, definitieve bedrijfsbeëindiging of andere bijzondere bedrijfsomstandigheden;

    4. het voorkomen of zo veel mogelijk beperken van grootschalige of grensoverschrijdende milieuverontreinigingen; en

    5. het beoordelen van de naleving van de emissiegrenswaarden.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de motivering van de omgevingsvergunning wordt verwezen naar regels, opgenomen in het omgevingsplan, de waterschapsverordening, de omgevingsverordening of het Besluit activiteiten leefomgeving.

11-07-2026 Huidig 01-07-2026 Historisch 29-05-2026 Historisch 31-01-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 30-12-2025 Historisch 20-09-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 21-12-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 30-12-2025.

Tekst van deze versie

  1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden over:

    1. het beschermen van de bodem en het grondwater en het regelmatig onderhouden van voorzieningen en het bewaken van maatregelen die worden getroffen ter voorkoming van emissies in de bodem en het grondwater, gebaseerd op een systematische evaluatie van het risico van milieuverontreiniging;

    2. het voorkomen van het ontstaan van afvalstoffen en afvalwater of, als dat niet mogelijk is, een doelmatig beheer van afvalstoffen en de monitoring van afvalstoffen en afvalwater;

    3. het voorkomen of zo veel mogelijk beperken van milieuverontreiniging die kan worden veroorzaakt door opstarten en stilleggen, lekken, storingen, korte stilleggingen, definitieve bedrijfsbeëindiging of andere bijzondere bedrijfsomstandigheden;

    4. het voorkomen of zo veel mogelijk beperken van grootschalige of grensoverschrijdende milieuverontreinigingen; en

    5. het beoordelen van de naleving van de emissiegrenswaarden.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de motivering van de omgevingsvergunning wordt verwezen naar regels, opgenomen in het omgevingsplan, de waterschapsverordening, de omgevingsverordening of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit kwaliteit leefomgeving