-
Het is verboden de openbare ruimte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
het beoogde gebruik gevaar oplevert voor de bruikbaarheid of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud daarvan of schade toebrengt aan de openbare ruimte;
het beoogde gebruik niet kortdurend en niet noodzakelijk is;
van het beoogde gebruik niet ten minste drie werkdagen voorafgaand aan het gebruik melding is gedaan aan het college op een door het college vastgesteld meldingsformulier;
niet wordt voldaan aan de in lid 2 gestelde nadere regels.
-
Het college kan in het belang van de woon- en leefomgeving en de bruikbaarheid van de openbare ruimte en het doelmatig en veilig gebruik daarvan, nadere regels stellen over handelingen als bedoeld in lid 1. Deze regels hebben betrekking op:
het plaatsen van uitstallingen en reclameobjecten;
het plaatsen van terrasmeubilair en toebehoren.
de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie bij de uitvoering van bouwprojecten op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het college kan gebieden aanwijzen waar terrasmeubilair en toebehoren mogen worden geplaatst.
-
Het verbod van het eerste lid geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
uitstallingen en reclameobjecten in winkelcentra of winkelstraten buiten de binnenstad, die zijn geplaatst in overeenstemming met afspraken die door de winkeliersvereniging of door tenminste 70% van de winkeliers zelf, schriftelijk zijn gemaakt en die door het college zijn bekrachtigd;
uitstallingen en reclameobjecten in winkelcentra of winkelstraten buiten de binnenstad waarvoor geen afspraken zijn gemaakt als bedoeld in dit lid onder b, die zijn geplaatst in overeenstemming met artikelen 2 lid a, 3 en 4 van de op basis van lid 2a gestelde nadere regels;
uitstallingen en reclameobjecten in alle overige delen van de stad (inclusief de binnenstad), die voldoen aan de op basis van lid 2a gestelde nadere regels;
verwijsborden die voldoen aan de op basis van lid 2a gestelde nadere regels;
terrasmeubilair en toebehoren ten behoeve van terras waarvoor vergunning is verleend op grond van artikel 2.28 of 2.28a of die zijn geplaatst in de door het college aangewezen gebieden als bedoeld in 2.28a lid 2 en die voldoen aan de op basis van lid 2b gestelde nadere regels;
banners, vlaggen, wimpels of vlaggenstokken, voor zover zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijs kortstondig op de weg gebracht worden in verband met het laden en lossen ervan, mits geen schade wordt toegebracht aan de weg, het geen gevaar of belemmering vormt, en de voorwerpen of stoffen onmiddellijk na beëindiging van het laden en lossen, in elk geval voor zonsondergang, van de weg verwijderd worden en de weg hiervan gereinigd is;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, voor zover deze geen schade toebrengen aan de weg of geen gevaar of belemmering vormen;
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of Waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde, leefbaarheid en veiligheid
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden en ordeverstoring
Paragraaf Afdeling 2 Betoging
Paragraaf Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken
Paragraaf Afdeling 4 Vertoningen e.d. op openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 5 Veiligheid, bruikbaarheid en aanzien van de openbare ruimte
Paragraaf Afdeling 6 Evenementen
Paragraaf Afdeling 7 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 8. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 9 Tegengaan van onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Paragraaf Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden en gamecenters
Paragraaf Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Paragraaf Afdeling 12 Voorkoming en bestrijding van diefstal en heling van goederen
Paragraaf Afdeling 13 Vuurwerk
Paragraaf Afdeling 14 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 15 Bijzondere bevoegdheden burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Paragraaf Afdeling 1 Parkeerexcessen
Paragraaf Afdeling 2 Collecteren
Paragraaf Afdeling 3 Venten
Paragraaf Afdeling 4 Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5 Snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken
Paragraaf Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd verkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 8 Verbod vuur te stoken
Paragraaf Afdeling 9 Verstrooiing van as
Paragraaf Afdeling 10 Destructie gezelschapsdieren
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Paragraaf
Artikel 2:12
Maken en veranderen van een uitweg
-
1. Het is verboden zonder Omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien het maken of veranderen van een uitweg:
in strijd is met het omgevingsplan of een bekend gemaakte ontwerpwijziging
-
daarvan;
-
b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg aantast;
-
c. ten koste gaat van een parkeerplaats; of
d. het openbaar groen aantast.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of Waterschapsverordening.
Artikel 2:14
Winkelwagentjes
-
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze:
te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en
terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
-
Het in het eerst lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet.
Artikel 2:15
Hinderlijke/gevaarlijke beplanting of voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze
dat aan het wegverkeer scheepvaart het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op
andere wijze hinder of gevaar oplevert.
Artikel 2:19
Messen en andere voorwerpen als wapen
-
Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.