1. De burgemeester kan vervoermiddelen, die bestemd zijn voor het vervoer van personen op de weg of op het openbaar water, waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, aanwijzen die aan de in het tweede lid genoemde voorwaarde moeten voldoen. De aanwijzing kan beperkt worden in gebied en in tijd.

  2. Op door de burgemeester aangewezen vervoermiddelen is een medewerker aanwezig die voldoet aan de eis gesteld in artikel 8, derde lid van de Alcoholwet.