In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. wet: Wet dieren;

  2. houder: eigenaar of houder van een dood gezelschapsdier;

  3. verzamelplaats: locatie waar een dood gezelschapsdier tijdelijk wordt bewaard voordat het ter verwerking wordt vervoerd naar een erkend destructiebedrijf;

  4. gezelschapsdier: alle dieren die de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, met als doel het gezelschap houden van de mens. Tot deze categorie behoren onder meer: honden, katten, knaagdieren, kooi- en volièredieren, duiven en vissen. Konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels, parelhoenders, eenden, ganzen en fazanten behoren eveneens tot deze categorie, indien er geen commerciële opbrengst aan verbonden is zoals de productie van vlees, wol, pels, eieren, pluimen of huiden. Onder de categorie gezelschapsdier vallen geen landbouwdieren (hobby) zoals runderen, paarden, schapen, (dwerg-) geiten, varkens, hangbuikzwijnen en herten;

  5. ondernemer: de onderneming die voor Zwolle kadavers verwerkt als bedoeld in artikelen 3.3 en 3.5 van de wet.