1. Het in gebruik hebben van één of meer technische en/of mechanische installaties (zoals een Warmtepomp en/of Airco) in de buitenlucht, die niet vallen onder de regels van de omgevingswet, mag geen geluidshinder veroorzaken en de grenswaarden zoals aangegeven onder a en b, moeten in acht worden genomen.

    1. Het gemiddelde geluidsniveau LAr,LT, op de gevel van een naastgelegen geluidsgevoelig gebouw (zoals een woning) of op 5 meter van het apparaat indien het geluidsgevoelige gebouw verder weg staat, mag niet meer bedragen dan 40 dB(A).

    2. de in a aangegeven waarde op de gevel geldt ook bij geluid gevoelige terreinen op de grens van het terrein;

    3. de controle op dit voorschrift vindt plaats conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.