1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien:

    1. de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of een bekend gemaakte ontwerpwijziging daarvan of;

    2. indien de aanvraag tevens betrekking heeft op een terras en een of meer van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2.28a lid 3 van toepassing zijn;

    3. indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;

    4. de exploitant en de leidinggevende niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;

    5. de exploitant en de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;

    6. de exploitant en de leidinggevende niet voldoen aan de eisen gesteld in het Alcoholbesluit, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag.

  3. Het is verboden personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht toe te laten als bezoeker.

  4. Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting die zich bevindt in of bij een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit.

  5. Voorts geldt het eerste lid niet voor een openbare inrichting:

    1. waarvoor op grond van artikel 3 van de Alcoholwet een vergunning is vereist;

    2. in zorginstellingen;

    3. in musea;

    4. in clubhuizen;

    5. in stationsrestauraties;

    6. in ziekenhuizen;

    7. in vrijwilligersorganisaties;

    8. in scholengemeenschappen.

  6. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de in het eerste lid genoemde vergunning, voor zover deze betrekking heeft op het terras, wijzigen indien de ligging of de afmetingen van het terras, door verandering in de omstandigheden wijzigen.

  7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.