1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

  2. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

  3. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

    1. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

    2. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

  4. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 100 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;

  5. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken behoudens voor voertuigen waaraan kleine herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen en waarbij geen risico op lekkage van vloeistoffen bestaat.

    1. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

    2. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.