-
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, te vechten, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
-
Degene die op een openbare plaats:
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
-
Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde, leefbaarheid en veiligheid
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden en ordeverstoring
Paragraaf Afdeling 2 Betoging
Paragraaf Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken
Paragraaf Afdeling 4 Vertoningen e.d. op openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 5 Veiligheid, bruikbaarheid en aanzien van de openbare ruimte
Paragraaf Afdeling 6 Evenementen
Paragraaf Afdeling 7 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 8. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 9 Tegengaan van onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Paragraaf Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden en gamecenters
Paragraaf Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Paragraaf Afdeling 12 Voorkoming en bestrijding van diefstal en heling van goederen
Paragraaf Afdeling 13 Vuurwerk
Paragraaf Afdeling 14 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 15 Bijzondere bevoegdheden burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Paragraaf Afdeling 1 Parkeerexcessen
Paragraaf Afdeling 2 Collecteren
Paragraaf Afdeling 3 Venten
Paragraaf Afdeling 4 Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5 Snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken
Paragraaf Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd verkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 8 Verbod vuur te stoken
Paragraaf Afdeling 9 Verstrooiing van as
Paragraaf Afdeling 10 Destructie gezelschapsdieren
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:3
Kennisgeving betogingen en samenkomsten op openbare plaatsen
-
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 96 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
-
De kennisgeving bevat:
naam en adres van degene die de betoging houdt;
het doel van de betoging;
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en beëindiging;
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
-
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
-
Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 1v 2.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving geacht te zijn gedaan op de eerstvolgende werkdag om 08.00 uur.
-
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en/of een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.
Artikel 2:6
Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
(Gereserveerd)
Artikel 2:10
Het plaatsen van voorwerpen in de openbare ruimte in strijd met de publieke functie ervan
-
Het is verboden de openbare ruimte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
het beoogde gebruik gevaar oplevert voor de bruikbaarheid of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud daarvan of schade toebrengt aan de openbare ruimte;
het beoogde gebruik niet kortdurend en niet noodzakelijk is;
van het beoogde gebruik niet ten minste drie werkdagen voorafgaand aan het gebruik melding is gedaan aan het college op een door het college vastgesteld meldingsformulier;
niet wordt voldaan aan de in lid 2 gestelde nadere regels.
-
Het college kan in het belang van de woon- en leefomgeving en de bruikbaarheid van de openbare ruimte en het doelmatig en veilig gebruik daarvan, nadere regels stellen over handelingen als bedoeld in lid 1. Deze regels hebben betrekking op:
het plaatsen van uitstallingen en reclameobjecten;
het plaatsen van terrasmeubilair en toebehoren.
de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie bij de uitvoering van bouwprojecten op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het college kan gebieden aanwijzen waar terrasmeubilair en toebehoren mogen worden geplaatst.
-
Het verbod van het eerste lid geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
uitstallingen en reclameobjecten in winkelcentra of winkelstraten buiten de binnenstad, die zijn geplaatst in overeenstemming met afspraken die door de winkeliersvereniging of door tenminste 70% van de winkeliers zelf, schriftelijk zijn gemaakt en die door het college zijn bekrachtigd;
uitstallingen en reclameobjecten in winkelcentra of winkelstraten buiten de binnenstad waarvoor geen afspraken zijn gemaakt als bedoeld in dit lid onder b, die zijn geplaatst in overeenstemming met artikelen 2 lid a, 3 en 4 van de op basis van lid 2a gestelde nadere regels;
uitstallingen en reclameobjecten in alle overige delen van de stad (inclusief de binnenstad), die voldoen aan de op basis van lid 2a gestelde nadere regels;
verwijsborden die voldoen aan de op basis van lid 2a gestelde nadere regels;
terrasmeubilair en toebehoren ten behoeve van terras waarvoor vergunning is verleend op grond van artikel 2.28 of 2.28a of die zijn geplaatst in de door het college aangewezen gebieden als bedoeld in 2.28a lid 2 en die voldoen aan de op basis van lid 2b gestelde nadere regels;
banners, vlaggen, wimpels of vlaggenstokken, voor zover zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijs kortstondig op de weg gebracht worden in verband met het laden en lossen ervan, mits geen schade wordt toegebracht aan de weg, het geen gevaar of belemmering vormt, en de voorwerpen of stoffen onmiddellijk na beëindiging van het laden en lossen, in elk geval voor zonsondergang, van de weg verwijderd worden en de weg hiervan gereinigd is;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, voor zover deze geen schade toebrengen aan de weg of geen gevaar of belemmering vormen;
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of Waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Artikel 2:12
Maken en veranderen van een uitweg
-
1. Het is verboden zonder Omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien het maken of veranderen van een uitweg:
in strijd is met het omgevingsplan of een bekend gemaakte ontwerpwijziging
-
daarvan;
-
b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg aantast;
-
c. ten koste gaat van een parkeerplaats; of
d. het openbaar groen aantast.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of Waterschapsverordening.
Artikel 2:14
Winkelwagentjes
-
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze:
te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en
terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
-
Het in het eerst lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet.
Artikel 2:15
Hinderlijke/gevaarlijke beplanting of voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze
dat aan het wegverkeer scheepvaart het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op
andere wijze hinder of gevaar oplevert.
Artikel 2:19
Messen en andere voorwerpen als wapen
-
Het is verboden op door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:24
Begripsbepalingen
-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
de voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak die gehouden wordt in de besloten ruimte van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer voor zover het evenement past binnen de normale bedrijfsvoering van de inrichting, met uitzondering van vechtsportwedstrijden als bedoeld in artikel 2.25 lid 3;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening;
een betaald voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:25a.
-
Onder evenement wordt mede verstaan:
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie;
een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
een klein evenement op één dag, zoals een straatfeest of buurtbarbecue.
Artikel 2:25
Evenement
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning geweigerd worden in het belang van een goed woon- en leefklimaat.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als de organisator van een vechtsportwedstrijd- of gala, welke behoort tot door de burgemeester aan te wijzen categorieën, van slecht levensgedrag is
-
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:
het aantal aanwezigen niet meer dan 250 personen bedraagt;
het evenement plaatsvindt tussen 07.00 uur en 23.00 uur;
het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
slechts kleine objecten worden geplaatst met een totale gezamenlijke oppervlakte van minder dan 30 m2;
er geen ontheffing van artikel 4.6 nodig is voor muziek of anderszins geluidversterkende apparatuur;
het evenement geen vechtsportwedstrijd of –gala is, als bedoeld in artikel 2:25 lid 3;
er een organisator is; en
de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
-
De burgemeester kan binnen 8 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of een goed woon- en leefklimaat in gevaar komt.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:25a
Betaald voetbalwedstrijden
-
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
betaald voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken.
organisator:
-
de betaald voetbalorganisatie PEC Zwolle, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaald voetbalorganisatie PEC Zwolle als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateur voetbalorganisatie;
-
de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig buiten de gemeente Zwolle, waarbij ten minste één betaald voetbalorganisatie is betrokken en indien het betreft een A-interland;
-
degene die buiten de gevallen genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij ten minste één betaald voetbalorganisatie is betrokken.
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een betaald voetbalwedstrijd te organiseren.
-
De aanvraag voor een vergunning kan meerdere wedstrijden betreffen.
-
De burgemeester kan met betrekking tot een betaald voetbalwedstrijd aan de organisator voorschriften opleggen in het belang van de openbare orde en veiligheid.
-
De vergunning kan worden geweigerd indien de vrees bestaat dat het doen spelen van de wedstrijd ernstige verstoring van de openbare orde oplevert.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:26
Ordeverstoring bij evenementen of betaalde voetbalwedstrijden
Het is verboden bij een evenement of betaalde voetbalwedstrijd de orde te verstoren.
Artikel 2:27
Begripsbepalingen
-
Onder openbare inrichting wordt in deze afdeling verstaan: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies worden verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, waterpijpcafé, discotheek, buurthuis of clubhuis.
-
Onder openbare inrichting als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een bij de inrichting behorend terras en andere aanhorigheden.
-
Een terras in de zin van deze afdeling is een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van de inrichting waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt.
-
Onder houder wordt in deze afdeling verstaan: degene die een openbare inrichting exploiteert.
-
Onder leidinggevende wordt in deze afdeling verstaan: de natuurlijke persoon of personen die onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een openbare inrichting.
-
Deze afdeling verstaat niet onder bezoekers:
de gezinsleden van de houder, alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien:
de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan of een bekend gemaakte ontwerpwijziging daarvan of;
indien de aanvraag tevens betrekking heeft op een terras en een of meer van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2.28a lid 3 van toepassing zijn;
indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;
de exploitant en de leidinggevende niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;
de exploitant en de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;
de exploitant en de leidinggevende niet voldoen aan de eisen gesteld in het Alcoholbesluit, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag.
-
Het is verboden personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht toe te laten als bezoeker.
-
Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting die zich bevindt in of bij een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit.
-
Voorts geldt het eerste lid niet voor een openbare inrichting:
waarvoor op grond van artikel 3 van de Alcoholwet een vergunning is vereist;
in zorginstellingen;
in musea;
in clubhuizen;
in stationsrestauraties;
in ziekenhuizen;
in vrijwilligersorganisaties;
in scholengemeenschappen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de in het eerste lid genoemde vergunning, voor zover deze betrekking heeft op het terras, wijzigen indien de ligging of de afmetingen van het terras, door verandering in de omstandigheden wijzigen.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:28a
Terrassen bij openbare inrichtingen zonder exploitatievergunning
-
Indien een openbare inrichting waarvoor op grond van artikel 2.28 geen exploitatievergunning is vereist, beschikt over een terras, is het verboden om dit terras te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar dit verbod niet geldt.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren indien:
het beoogde gebruik gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare ruimte of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud daarvan of schade toebrengt aan de openbare ruimte.
het terras hetzij op zichzelf, hetzij in relatie met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
het woon- en leefklimaat of de openbare orde in de omgeving van het terras op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de in het eerste lid genoemde vergunning wijzigen indien de ligging of de afmetingen van het terras, door verandering in de omstandigheden wijzigen.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 02.00 uur en 08.00 uur.
-
In afwijking van het eerste lid zijn coffeeshops gesloten tussen 01.00 uur en 08.00 uur.
-
In afwijking van het eerste lid zijn openbare inrichtingen met een houder, in het bezit van een vergunning op grond van artikel 3, van de Alcoholwet, niet zijnde para-commerciële rechtspersonen, zoals bedoeld artikel 1.1 13e gedachtestreepje van de Alcoholwet, gesloten tussen 05:00 uur en 08:00 uur.
-
In afwijking van het eerste lid zijn openbare inrichtingen, die uitsluitend of hoofdzakelijk gericht zijn op de verkoop van gerede eetwaren (snackbars, cafetaria’s), gesloten tussen 06:00 uur en 08:00 uur en verstrekken tussen 05:00 uur en 08:00 uur geen alcoholhoudende dranken.
-
Openbare inrichtingen die na 03:00 uur voor bezoekers zijn geopend, plaatsen bij de in- of uitgang een persoon die voldoet aan de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.
-
Op openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, zijn de sluitingstijden van de winkel van toepassing.
-
Terrassen zijn gesloten tussen 01.00 uur en 09.00 uur. In de maanden juli en augustus zijn terrassen op zaterdag en zondag gesloten tussen 01.30 uur en 09.00 uur.
-
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
-
De burgemeester kan ten aanzien van de sluitingstijden nadere regels stellen.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijden.
-
Het eerste tot en met vierde lid, zevende lid en het tiende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is voorzien.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting:
-
de orde te verstoren;
-
zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
-
In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de Algemene Maatregel van Bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 Gemeentewet, treedt niet de burgemeester maar het college op als bevoegd bestuursorgaan bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30.
Artikel 2:34
(Vervallen)
Artikel 2:34a
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
-
alcoholhoudende drank;
-
horecabedrijf;
-
horecalokaliteit;
-
inrichting;
-
paracommerciële rechtspersoon;
-
sterke drank;
-
slijtersbedrijf;
-
zwak-alcoholhoudende drank;
Artikel 2:34b
Regulering paracommerciële rechtspersonen
-
Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op:
maandag tot en met donderdag na 19.00 uur en tot 0.00 uur;
vrijdag na 19.00 uur en tot 01.00 uur;
zaterdag na 12.00 uur tot 01.00 uur;
zondag na 12.00 uur en tot 0.00 uur.
-
Paracommerciële rechtspersonen van sportieve aard met in overwegende mate een recreatief karakter is het toegestaan om in afwijking van het eerste lid op maandag tot en met vrijdag vanaf 14:30 uur alcoholhoudende drank te schenken.
-
Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sociaal-culturele aard en verzorgende aard verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op:
maandag tot en met donderdag en zondag na 12.00 uur en tot 0.00 uur;
vrijdag en zaterdag na 12.00 uur en tot 01.00 uur;
-
Overige paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op:
maandag tot en met zondag na 12.00 uur en tot 04.00 uur.
-
Het college kan, gelet op bijzondere omstandigheden, op aanvraag besluiten om een paracommerciële rechtspersoon in een andere categorie te plaatsen.
-
In afwijking van de leden 1, 2 en 3 mogen de daarbij genoemde paracommerciële rechtspersonen per kalenderjaar maximaal 10 dagen alcoholhoudende drank verstrekken van 12.00 uur tot 02.00 uur.
-
Voorafgaand dient van een afwijking van de schenktijden melding te worden gemaakt bij de gemeente Zwolle conform de door de burgemeester vastgestelde 'lichte' meldingsprocedure.
-
Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn betrokken.
-
Het gestelde in lid 8 is niet van toepassing op paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van verzorgende aard voor zover de bijeenkomsten van persoonlijke aard gericht zijn op patiënten of bewoners.
-
Het gestelde in lid 8 is niet van toepassing op paracommerciële rechtspersonen van culturele aard voor zover dit past binnen de statutaire doelstelling van deze rechtspersoon.
Artikel 2:34c
Beperking verstrekking alcoholhoudende dranken
-
Het is verboden, anders dan om niet, sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting:
die uitsluitend of in hoofdzaak voor het geven van onderwijs wordt gebruikt;
die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of -instellingen;
die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen;
waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates-frites en kroketten, worden verkocht;
die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaarvervoersbedrijf.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid bedoelde verbod.
Artikel 2:34f
Verbod ‘happy hours’
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Artikel 2:34g
Proeverijen in slijtlokaliteiten
-
1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.
-
2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.
Artikel 2:35
Verbod op glas op terrassen tijdens evenementen
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid evenementen en gebieden aanwijzen waarbij, tijdens dat evenement in het aangewezen gebied, het gebruik van glas op terrassen niet is toegestaan.
Artikel 2:35a
Aanwezigheid medewerker met diploma sociale hygiëne op vervoermiddel
-
De burgemeester kan vervoermiddelen, die bestemd zijn voor het vervoer van personen op de weg of op het openbaar water, waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, aanwijzen die aan de in het tweede lid genoemde voorwaarde moeten voldoen. De aanwijzing kan beperkt worden in gebied en in tijd.
-
Op door de burgemeester aangewezen vervoermiddelen is een medewerker aanwezig die voldoet aan de eis gesteld in artikel 8, derde lid van de Alcoholwet.
Artikel 2:36
Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
-
Exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
-
Beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten;
-
Bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.
Artikel 2.37
Vergunningplicht in kwetsbare gebieden, branches of gebouwen
-
De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het tweede lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.
-
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen:
in een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of
indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het tweede lid weigeren:
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; Indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijk toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag;
indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer zoals die luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
-
De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder;
het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder;
een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;
een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.
-
Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het tweede lid intrekken of wijzigen indien:
door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of
door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of
de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of
de exploitant of beheerder betrokken in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of
de exploitant of beheerder betrokken is of ernstig nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of
er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of
er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of
de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of
de vestiging of exploitatie in strijd is met het omgevingsplan, de wet Milieubeheer zoals die luide voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of een gebiedsplan.
-
Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het tweede lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zesde lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.
-
Het is eenieder verboden een overeenkomstig het zevende lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of aanwezig te zijn.
-
De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
-
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.
-
Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
-
De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.
-
De exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijsbesluit een bedrijf uitoefent, die onder de reikwijdte van het aanwijsbesluit valt, moet binnen drie maanden, na inwerkingtreding van het aanwijsbesluit, een vergunning als bedoelt in het derde lid verkrijgen. Indien na het verstrijken van deze drie maanden geen vergunning is aangevraagd of de aanvraag voor een vergunning is geweigerd kan de burgemeester met onmiddellijke ingang tot handhaving van het verbod overgaan.
-
Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:38
Begripsbepalingen
-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een speelautomatenhal of gamecenter;
exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een speelautomatenhal of gamecenter exploiteert;
gamecenter: een inrichting bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van verschillende soorten behendigheidsautomaten te laten beoefenen en waar geen kansspelautomaten of kermisautomaten aanwezig zijn.
speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid aanhef en onder b, van de Wet op de kansspelen;
-
In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2:39
Inrichtingen
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal of een gamecenter te exploiteren of te doen exploiteren.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op:
speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de kansspelen vergunning is verleend;
inrichtingen waarvoor de minister van Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;
inrichtingen waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten;
gamecenters die hoofdzakelijk een maatschappelijke en educatieve functie vervullen.
-
Van de vergunningen als bedoeld in het eerste lid wordt ten hoogste één vergunning verleend voor een speelautomatenhal en ten hoogste één voor een gamecenter.
-
Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt getoetst aan de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
-
De burgemeester stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, waarbij in elk geval regels worden gesteld betreffende:
de inhoud en wijze van indiening van een aanvraag;
de verdelings- en toekenningsprocedure voor een vergunning.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:39a
Weigering vergunning
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning:
als het maximaal aantal af te geven vergunningen is verleend;
als de exploitatie van een speelgelegenheid of gamecenter in strijd is met het omgevingsplan of een bekend gemaakte ontwerpwijziging daarvan;
als het gamecenter niet zal worden geëxploiteerd in het door de gemeenteraad aangewezen gebied zoals aangegeven op de kaart in bijlage A bij deze verordening;
als het gamecenter niet rechtstreeks vanaf de openbare weg of vanaf een centrale entree voor het publiek toegankelijk is;
als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid of het gamecenter.
Artikel 2:39b
Vergunning gamecenter
-
De in artikel 2:39, eerste lid, genoemde vergunning voor een gamecenter is tijdelijk en wordt verleend voor een periode van maximaal 10 jaar.
-
De burgemeester vermeldt in deze vergunning in elk geval:
de naam van de vergunninghouder;
de naam van iedere exploitant en beheerder;
de locatie waar het gamecenter is gevestigd;
het aantal behendigheidsautomaten; e. een omschrijving van de inrichting met vermelding van de oppervlakte(n).
-
Aan de in artikel 2:39, eerste lid, genoemde vergunning voor een gamecenter worden in elk geval voorschriften verbonden met betrekking tot:
de openingstijden;
het toezicht in de het gamecenter en op de directe omgeving van de inrichting;
het voorkomen van overlast en openbare ordeverstoring;
de exploitatie van het gamecenter.
-
Onverminderd het bepaalde in het derde lid wordt aan elke vergunning het voorschrift verbonden dat:
het verboden is het gamecenter voor publiek geopend te houden als er geen, op de vergunning vermelde, exploitant of beheerder in de inrichting aanwezig is;
als een exploitant of beheerder zijn hoedanigheid als zodanig verliest, de vergunninghouder dit binnen 7 dagen aan de burgemeester meldt.
Artikel 2:39c
Leeftijdsgrenzen
-
Het is verboden in een speelautomatenhal de aanwezigheid toe te laten van een bezoeker als niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.
-
Het is verboden in een gamecenter de aanwezigheid toe te laten van een bezoeker als niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt, tenzij die bezoeker wordt begeleid en onder direct toezicht staat van een persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
-
De vaststelling van de leeftijd als bedoeld in het eerste en tweede lid:
geschiedt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet op de identificatieplicht;
blijft achterwege, als de persoon onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt.
Artikel 2:39d
Schorsing, intrekking en wijziging vergunning
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning schorsen, intrekken of wijzigen als:
de ondernemingsvorm wijzigt;
gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
een exploitant of beheerder, vermeld op de vergunning voor een gamecenter, niet meer als zodanig functioneert;
aannemelijk is, dat een exploitant of beheerder, vermeld op de vergunning voor een gamecenter, betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit het gamecenter, die een gevaar opleveren voor de openbare orde, de volksgezondheid of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het gamecenter;
een exploitant of beheerder, vermeld op de vergunning voor een gamecenter, strafbare feiten in het gamecenter pleegt, dan wel toestaat of gedoogt dat in het gamecenter strafbare feiten worden gepleegd;
een exploitant of beheerder, vermeld op de vergunning voor een gamecenter, zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht, seksuele geaardheid of religie;
zich in het gamecenter anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het gamecenter ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
-
De in artikel 2:39, eerste lid, genoemde vergunning vervalt van rechtswege als:
de exploitant de exploitatie van zijn speelautomatenhal of gamecenter beëindigt;
de exploitatie van de speelautomatenhal of het gamecenter voor een periode van langer dan zes maanden onderbroken is geweest;
binnen twaalf maanden na verlening van de vergunning niet is gestart met de exploitatie van het gamecenter.
Artikel 2:40
Kansspelautomaten
-
In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.
-
In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Artikel 2:41
Betreden gesloten woning of lokaal
-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
-
De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.
Artikel 2:42
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding, aan te plakken, te doen aanplakken of op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
-
Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
-
Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, welke geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
-
De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Artikel 2:43
Vervoer plakgereedschap e.d.
-
Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap.
-
Dit verbod is niet van toepassing, indien de in genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
Artikel 2:44
Verbod tot het spelen om geld
Het is verboden op of aan de openbare weg met kaarten, dobbelstenen of andere voorwerpen om geld te spelen.
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
-
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, en
een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden:
zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;
zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel of op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, wachtruimte voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen dan wel te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.
Artikel 2:50a
Verbod gebruik openbare ruimte als slaapplaats
-
Het is verboden de openbare ruimte als slaapplaats te gebruiken of in de openbare ruimte een voertuig, vaartuig, caravan, keetwagen, magazijnwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, of daartoe gelegenheid te bieden:
tussen zonsondergang en zonsopgang;
in andere gevallen dan genoemd onder a voor zover:
sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;
er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of
het woon- of leefklimaat wordt aangetast.
-
Het verbod geldt niet voor recreatievaartuigen en woonboten op daarvoor bestemde ligplaatsen.
-
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan voorschriften verbinden in het belang van:
de openbare orde
het voorkomen of beperken van overlast
de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen
de zedelijkheid of de gezondheid
de bescherming van natuur en landschap
de bescherming van het aanzien van de gemeente.
-
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod van het eerste lid niet geldt.
-
Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van:
de openbare orde
het voorkomen of beperken van overlast
de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen
de zedelijkheid of de gezondheid
de bescherming van natuur en landschap
de bescherming van het aanzien van de gemeente.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:51
Neerzetten van fietsen e.d.
Het is verboden op een openbare plaats een fiets, bromfiets of soortgelijk voertuig te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek, indien:
-
dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of
-
daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:52
Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.
Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een terrein waar een evenement, markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt welke publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan bezoekers van het terrein.
Artikel 2:53
Bespieden van personen
-
Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.
-
Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te bespieden.
Artikel 2:57
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de hond niet is aangelijnd;
buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd; of
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats.
-
Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden en de hond als zodanig gekwalificeerd is; of
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden;
-
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats bevindt, is verplicht een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen van de hond.
-
De eigenaar of houder van de hond is verplicht dit hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2:59
Gevaarlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan de burgemeester die hond aanwijzen als gevaarlijke hond.
-
Als een hond door de burgemeester is aangewezen als gevaarlijke hond kan de burgemeester passende maatregelen opleggen in belang van de veiligheid van de omgeving, zoals een aanlijnplicht, een muilkorfplicht en/of een gebiedsverbod. De burgemeester kan ook maatregelen opleggen die ertoe strekken dat voorkomen wordt dat de hond zonder muilkorf op een openbare plaats of terrein van een ander of de vrij toegankelijke privé ruimte kan komen.
-
Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen en die een hond niet belemmeren in het ademen of drinken;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Een hond als bedoeld in het eerste lid dient voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:60
Houden dieren op hinderlijke of schadelijke wijze
-
Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de omgevingswet, gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of beëindiging van overlast of van schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren:
aanwezig te hebben; dan wel
aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; dan wel
aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven.
-
Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door het college is aangegeven.
-
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
Artikel 2:62
Loslopend vee
De rechthebbende op vee, dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:65
Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw om geld of andere zaken te bedelen.
Artikel 2:66
Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
-
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
-
Dit verbod geldt niet voor voertuigen die op grond van de RDW verplicht voorzien zijn van een kenteken.
-
De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
-
Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:68
Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
-
de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
-
dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
-
van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen;
-
dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
-
dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:69
Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor (winkel)diefstal
-
Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
-
Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
-
Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de beschreven gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in die leden bedoelde handelingen.
Artikel 2:70
Handel in horecabedrijven
(voorheen artikel 2.5.5; verplaatst naar afdeling 8 (toezicht op openbare inrichtingen) onder artikel 2:32)
Artikel 2:71
Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:72
Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
-
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing
Artikel 2:73
Verbod op gebruik consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
-
Het is verboden om tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar consumentenvuurwerk van de categorie F2 en F3 af te steken.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:73a
Carbid
-
Het is verboden in de openbare ruimte, met gebruikmaking van carbidgas, een ander soort gas of (vloei)stof een busdeksel, blikdeksel of ander projectiel af te schieten.
-
Het verbod, als bedoeld in het vorige lid, geldt niet op 31 december in de periode van 10:00 tot 18:00 uur binnen door het college aangewezen gebieden voor zover:
het schieten gebeurt door personen ouder dan 16 jaar en
een bal als weg te schieten projectiel wordt gebruikt;
de bus of het vat dat gebruikt wordt om carbid mee te schieten geen grotere inhoud heeft dan 40 liter.
-
Het is verboden om een vat, bus, fles, of een ander voorwerp dat er kennelijk toe dient om carbidgas, een ander soort gas of (vloei)stof tot ontploffing te brengen, op de weg te vervoeren of voorhanden te hebben op andere dagen en tijden dan op 31 december in de periode van 10.00 uur tot 18.00 uur.
Artikel 2:74
Drugshandel
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich in de openbare ruimte op te houden met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling en al dan niet vanuit een voertuig, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a
Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, in de openbare ruimte of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 2:75
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in de volgende artikelen groepsgewijs niet naleven:
-
artikel 2:1 (samenscholingsverbod);
-
artikel 2:10 (voorwerpen in de openbare ruimte);
-
artikel 2:11 (aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg);
-
artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen);
-
artikel 2:48 (verboden drankgebruik);
-
artikel 2:49 (verboden gedrag in of bij gebouwen);
-
artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten);
-
artikel 2:73 (bezigen van vuurwerk);
-
artikel 2:73a (carbid)
-
artikel 274 (handelen in drugs)
-
artikel 274a (gebruiken van drugs)
-
artikel 5:34 (verbod om vuur te stoken);
Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:76a
Verwijderingsbevel/Gebiedsontzegging
-
De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde aan een of meerdere personen, schriftelijk het bevel geven om zich te verwijderen en verwijderd te houden uit een door de burgemeester in het bevel aangewezen gebied en gedurende een door de burgemeester in het bevel aangegeven periode.
-
Een bevel als bedoeld in het eerste lid is slechts geldig gedurende een in het bevel genoemde periode van ten hoogste 8 dagen.
-
De burgemeester beperkt het in het eerste lid genoemde bevel, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkenen noodzakelijk is.
Artikel 2:77
Cameratoezicht
-
De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht in de openbare ruimte.
-
De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van de volgende andere plaatsen:
-
stadion;
-
stadhuis;
-
stadskantoor;
-
parkeerplaatsen;
-
winkelcentra.
Artikel 2:78
Sluiting van voor het publiek toegankelijke gebouwen
-
De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf, of voor het publiek openstaande gebouwen en/of de daarbij behorende erven in bepaald gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.
-
Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.
-
Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en er naar het oordeel van de burgemeester voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin te betreden of bezoekers toe te laten of te laten betreden.
-
Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf te betreden.
Artikel 2:79
Woonoverlast
-
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
geluid- of geurhinder;
hinder van dieren;
hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf, of
intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.