1. Het is verboden om zonder vergunning van het college op een openbare plaats deelvoertuigen, zoals bedoeld in artikel 5:1, aanhef en onder c, bedrijfsmatig ter gebruik aan derden aan te bieden.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren of intrekken indien het aanbieden:

    1. gevaar of hinder oplevert voor de veiligheid van de gebruikers;

    2. de verkeersveiligheid in gevaar brengt;

    3. een nadelige invloed heeft op het milieu;

    4. afbreuk doet aan de directe leefomgeving;

    5. onevenredig beslag legt op de openbare ruimte;

    6. afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.

  3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan voorts worden ingetrokken als de vergunninghouder handelt in strijd met de voorschriften die deel uitmaken van de vergunning.

  4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.