1. Het is verboden geluidsapparatuur en muziekinstrumenten aanwezig te hebben in de door de burgemeester aangewezen gebieden en locaties, met uitzondering van woningen en bijbehorende erven.

  2. De burgemeester kan de werking van het in het eerste lid gestelde verbod beperken naar tijd, plaats en soort apparatuur en instrumenten.

  3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op evenementen als bedoeld in artikel 2:25.