Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en verblijfsontzegging.
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-en slotbepalingen

Hoofdstuk

Algemene bepalingen

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b;

  2. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;

  3. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  4. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet, bij hun besluit van 30 augustus 2005;

  5. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

  6. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  7. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

  8. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten,

  9. waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

  10. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;

  11. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.

Artikel 1:2

Beslistermijn

  1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in een specifieke bepaling in deze verordening anders is bepaald.

  2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen, tenzij in een specifieke bepaling in deze verordening anders is bepaald.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 1:4

Voorschriften en beperkingen

  1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

  2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:5

Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:6

Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing

  1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

    1. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

    3. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    4. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

    5. indien de houder dit verzoekt.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:7

Termijnen

  1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

  2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8

Weigeringsgronden

  1. De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. Een vergunning of ontheffing of het verlof kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan vier weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Artikel 1:9

Toepassing paragraaf 4.1.3.3 Algemene wet bestuursrecht

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de volgende artikelen in deze verordening:

  1. Artikel 2:6 lid 4 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

  2. Artikel 2:9 lid 5 Straatartiest e.d.

  3. Artikel 2:10 lid 3 Het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats in strijd met de publieke functie

  4. [vervallen]

  5. [vervallen]

  6. Artikel 2:41 lid 4 Betreden gesloten woning of lokaal

  7. Artikel 2:60 lid 3 Houden van hinderlijke of schadelijk dieren

  8. Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

  9. Artikel 4:6 lid 2 Overige geluidhinder

  10. Artikel 4:18 lid 3 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

  11. Artikel 5.2 lid 4 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

  12. Artikel 5.3 lid 2 Te koop aanbieden van voertuigen

  13. Artikel 5.6 lid 2 Kampeermiddelen e.a.

  14. Artikel 5.7 lid 2 Parkeren van reclamevoertuigen

  15. Artikel 5.8 lid 4 Parkeren van grote voertuigen

  16. Artikel 5:11 lid 3 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  17. Artikel 5:13 lid 1 Inzameling van geld of goederen

  18. Artikel 5:15 Ventverbod

  19. Artikel 5.16 lid 3 Vrijheid van meningsuiting

  20. Artikel 5:18 lid 1 Standplaatsvergunning

Artikel 1:10

Geen toepassing paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening:

  1. Artikel 2:1 lid 4 Samenscholing en ongeregeldheden

  2. Artikel 2:25 lid 1 Evenement

  3. Artikel 2:28 lid 1 Exploitatievergunning horecabedrijf

  4. Artikel 2:29 lid 1 Sluitingstijden

  5. Artikel 2:39 lid 2 Speelgelegenheden

  6. Artikel 3:4 lid 1 Seksinrichtingen

  7. Artikel 5:33 lid 5 Beperking verkeer in natuurgebieden

  8. Artikel 5:34 lid 3 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  9. Artikel 5:36 Toegestane plaatsen (verstrooien van as) lid 3.

  10. Artikel 5:42 lid 1 Het hebben van een vaartuig op het strand.

  11. Artikel 5:42 lid 4 Het voortslepen van een voorwerp achter een vaartuig.

  12. Artikel 5:44 lid 1 juncto lid 4 Het rijden, voeren of plaatsen, laten staan van een voertuig op het strand.

  13. Artikel 5:44 lid 2 juncto lid 4 Het rijden op/met of het hebben van een rij-of trekdier of een zeilvoertuig gedurende het tijdvak 15 april tot 1 oktober op het strand.

  14. Artikel 5:45 Verhuren van voorwerpen/dieren op het strand.

  15. Artikel 5:23 lid 1 Organiseren van een particuliere markt

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017