Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en verblijfsontzegging.
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-en slotbepalingen

Afdeling

Bijzondere bepalingen betreffende het strand en de zee

Artikel 5:38

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. strand: het Noordzeestrand met het onmiddellijk langs dit strand gelegen gedeelte van de zee, dat al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk is;

  2. zee: het gedeelte van de Noordzee, dat gelegen is binnen de grenzen van de gemeente Zandvoort;

  3. zeilvoertuig: een voertuig op één of meer wielen en met één of meer zeilen, dat door de wind wordt voortbewogen;

  4. vlieger: een vlieger die door middel van twee of meer lijnen wordt bestuurd;

  5. vliegeren: het oplaten van een vlieger, dan wel het zich laten voortbewegen door een vlieger;

  6. hoogwaterlijn: de lijn tot waar het water van de zee bij vloed komt;

  7. laagwaterlijn: de lijn tot waar het water van de zee bij eb zakt;

  8. strandafgang/strandafrit: de voetpaden en afritten voor voertuigen die vanaf de boulevard/zeereep toegang geven tot het strand;

  9. zeereep: de strook duinen die aan het strand grenst / de duinenrij die direct grenst aan een kust en vaak functioneert als zeewerend duin;

  10. banketten: kunstmatige strandverhoging nabij de duinvoet die wordt gebruikt als standplaats voor strandpaviljoens op recreatiestranden.

Artikel 5:39

Vrijhouden stroken strand

  1. Het is verboden voorwerpen te plaatsen en/of zich zonder noodzaak dan wel op hinderlijke wijze op te houden op de als zodanig aangeduide stroken strand – met de daarop onmiddellijk aansluitende zeegedeelten-ter hoogte van:

    1. het gebouw de Rotonde;

    2. de posten van de Zandvoortse Reddings Brigade en de aanrijdroutes van de KNRM;

    3. strandafgangen.

  2. Het is verboden op het strand op hinderlijke wijze afsluitingen te maken of lijnen te spannen of het verkeer op andere wijze in enig opzicht te belemmeren.

  3. De in het eerste en het tweede lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op voorwerpen of afsluitingen of lijnen die door de gemeente, de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij of anderszins van overheidswege zijn geplaatst of gespannen.

  4. Een ieder is verplicht zich onmiddellijk op het strand te verplaatsen of dit te verlaten, wanneer de politie of een door de burgemeester aangewezen ambtenaar dit vordert.

Artikel 5:40

Doorgangsbelemmerende vaartuigen, voertuigen e.d.

Het is verboden op een strook strand ter breedte van tien meter, gemeten vanaf de laatste hoogwaterlijn, landinwaarts, enig voorwerp te plaatsen, te laten liggen, of te laten staan.

Artikel 5:41

Gedrag in zee

  1. Het is verboden in zee met een vaartuig te varen minder dan 300 meter uit de laagwaterlijn, met uitzondering van het aanlanden en afvaren op het strand.

  2. Het is verboden enige vorm van watersport te bedrijven of zich te gedragen, op zodanige wijze dat daardoor gevaar of overlast ontstaat of kan ontstaan.

  3. De verbodsbepaling in het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen in gebruik bij de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, of anderszins voor openbare dienst bestemde vaartuigen.

Artikel 5:42

Vaartuigen op het strand

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een vaartuig te hebben of te brengen of dan wel daarmee af te varen van of aan te landen op het strand, dan wel binnen 300 meter uit de laagwaterlijn voor anker te gaan.

  2. Onder vaartuig wordt niet begrepen een opblaasboot, kano of ander dergelijk klein vaartuig, tenzij aan dit vaartuig direct of indirect een motor kan worden bevestigd.

  3. Het is verboden een jetski of waterscooter of ander dergelijk door mechanische kracht voortbewogen vaartuig te hebben of te brengen, dan wel daarmee af te varen of aan te landen op het strand of zich daarmee in zee te begeven of te varen binnen 1000 meter uit de kust.

  4. Het is verboden zonder vergunning van het college voorwerpen achter een vaartuig voort te slepen.

  5. Voor zover het in dit artikel bedoelde vaartuig een snelle motorboot, zoals bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement is, dient dit te voldoen aan het bepaalde in de artikelen 8.01 tot en met artikel 8.05 van het Binnenvaartpolitiereglement.

  6. De verbodsbepalingen in het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing op vaartuigen in gebruik bij de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, of anderszins voor de openbare dienst bestemde vaartuigen.

Artikel 5:43

Bevinden in zee

  1. Het is verboden zich in zee te bevinden:

    1. bij onweer;

    2. bij mistdampen op zee, wanneer het zicht vanuit de kust minder dan 200 meter is;

    3. bij aflandige wind met een opblaasboot, luchtbed, of luchtkussen, een autoband of enig ander voorwerp bestemd of gebruikt om zich daarmee drijvende te houden;

    4. op die plaatsen en in de onmiddellijke omgeving daarvan, die door middel van een rode vlag of op andere wijze als gevaarlijk zijn aangeduid.

  2. Een ieder is verplicht onmiddellijk de zee te verlaten, wanneer hem dit door de politie of door een door het college aangewezen ambtenaar wordt bevolen of indien dit door middel van gekleurde vlaggen van het reddingswezen kenbaar wordt gemaakt.

  3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden.

Artikel 5:44

Rijden op het strand

  1. Het is verboden met een voertuig op het strand te rijden, dan wel enig voertuig op het strand mee te voeren, te plaatsen of te laten staan.

  2. Het is verboden gedurende het tijdvak van 15 mei tot 1 oktober op het strand:

    1. met een rij-of trekdier te rijden of zo een dier op het strand te hebben;

    2. met een zeilvoertuig te rijden of zo een voertuig op het strand te hebben.

  3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op voertuigen en rij-of trekdieren, die worden gebruikt door de gemeente, de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijk Nederlandse Redding Maatschappij, of anderszins voor openbare dienst bestemde voertuigen en rij-of trekdieren.

  4. Het college kan voor het in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

Artikel 5:45

Verhuren van voorwerpen/dieren op het strand

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college op het strand een voer – of vaartuig – hetzij geheel, hetzij per plaats -een strandstoel, ligstoel, tafel, bank, tent, cabine, of een ander dergelijk voorwerp dan wel een rij-of trekdier aan het publiek te huur of voor gebruik aan te bieden.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de exploitant van een strandpaviljoen.

  3. De exploitant van een strandpaviljoen is toegestaan stoelen, banken, ligbedden, parasols en windschermen te verhuren, uitsluitend ter plaatsing op het openbare strand gelegen vóór het gehuurde perceel tot 10 meter van de laatste hoogwaterlijn;

  4. De exploitant is verplicht het strandmeubilair als bedoeld in het derde lid vanaf 00:00 uur op te ruimen en tot in ieder geval 06:00 uur op te slaan direct aan de onderkant van de inrichting of vlakbij de banketten;

Artikel 5:45a

Melding exploitatie aanbieden van watersportactiviteiten

  1. Het is verboden zonder melding te doen aan het College in de uitoefening van beroep of bedrijf watersportactiviteiten op of nabij het strand en/of de zee te organiseren.

  2. Het College kan nadere regels stellen aan de melding van het eerste lid.

  3. De melding wordt uiterlijk vijftien werkdagen voorafgaand aan de activiteiten bij het College gedaan.

  4. Het college kan binnen tien werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van de activiteiten van het eerste lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Artikel 5:45b

Zonering en nadere regels watersportactiviteiten

  1. Het College kan zonering aanwijzen voor het strand en de zee voor het verrichten van watersportactiviteiten. Zij kan hierbij alle nadere regels stellen die bijdragen aan een optimale zonering.

  2. Op aanwijzing van een door het College aangewezen persoon kan, in het belang van de veiligheid van de gebruikers van het strand, de zee en de nabije omgeving, van de zonering en nadere regels van het eerste lid worden afgeweken.

Artikel 5:46

inrichtingen of bedrijven op of aan het strand

  1. Het is de exploitant van een strandpaviljoen verboden om:

    1. hinderlijk licht uit te stralen voor de scheepvaart;

    2. het gedeelte van het openbare strand gelegen voor het strandpaviljoen te versperren;

    3. op enigerlei wijze aan en/of in de voet van de zeereep te graven, materialen op te slaan, zand weg te graven of zand op andere wijze te verplaatsen, zand in het helmgras te storten of afval te storten dan wel achter te laten of op enigerlei andere wijze de zeereep te beschadigen.

  2. De exploitant van een strandpaviljoen is verplicht mee te werken aan het waarschuwingssysteem met gekleurde vlaggen.

Artikel 5:47

Vissen vanaf het strand

Het is verboden vanaf het strand op zodanige wijze te vissen dat daardoor gevaar of overlast ontstaat of kan ontstaan.

Artikel 5:48

Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe op het strand aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan wel voor direct gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:49

Aanwijzing van het naaktstrand

Het strand tussen kilometerpaal 68 en kilometerpaal 70 is aangewezen als plaats voor ongeklede openbare recreatie als bedoeld in artikel 430a van het Wetboek van strafrecht.

Artikel 5:49a

Verbod afvalstoffen op het strand te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  1. In afwijking van het bepaalde in artikel 5:34, tweede lid onder b, is het verboden op het strand in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen alsmede op terrassen behorende bij een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben, waaronder in ieder geval moet worden verstaan het stoken en hebben van vuurkorven;

  2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing ter plaatse van het naaktstrand als bedoeld in artikel 5:49, mits geen afvalstoffen worden verbrand.

Artikel 5:50

Vliegeren

  1. Het is verboden om op het strand en de nabij gelegen duinen te vliegeren.

  2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet ten aanzien van door het College op grond van artikel 5:45b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2017 aangewezen watersportzones.

Artikel 5:51

Hinderlijk sport en spel

Het is verboden op het strand spel of sport uit te oefenen of zich te gedragen, op zodanige wijze dat daardoor gevaar of overlast voor personen, dan wel beschadiging van goederen kan ontstaan.

Artikel 5:51a

Gevaarlijk varen nabij het strand

Het is verboden in het onmiddellijk langs het strand gelegen zeegedeelte op zodanige wijze te varen of zich door een vaartuig te laten voorttrekken dat daardoor gevaar voor gebruikers kan ontstaan.

Artikel 5:51b

Noordvoort

  1. In aanvulling op het in deze verordening in de artikelen 2:10, 2:57, 5:33, 5:34, 5:42 en 5:44 gestelde, is het op het strand tussen rijksstrandpaal 70 en de gemeentegrens met Noordwijk, en op of in de parallel met dat strandgedeelte gelegen strook zee met een breedte van 20 m (zijnde de vooroever) verboden:

    1. voor de eigenaar of houder van een hond, die hond te laten verblijven of te laten lopen zonder dat die hond aangelijnd is;

    2. te recreëren anders dan lopend of staand;

    3. te zwemmen;

    4. te varen of een andere vorm van watersport uit te oefenen;

    5. te graven;

    6. met een voertuig harder te rijden dan stapvoets, dan wel de snelheid die strikt noodzakelijk is ter voorkoming van het in het zand vastlopen van het voertuig;

    7. met een rij- of trekdier harder te gaan dan stapvoets;

    8. activiteiten uit te voeren met metaaldetectieapparatuur;

    9. mechanische strandreiniging uit te voeren;

    10. met een zeilvoertuig te rijden of zo een voertuig op het strand te hebben;

    11. vuur voor koken, bakken en braden aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. De in het eerste lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op voertuigen, vaartuigen en dieren, die worden gebruikt door de gemeente, de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijk Nederlandse Redding Maatschappij of anderszins voor openbare dienst bestemde voertuigen, vaartuigen en dieren.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017