1. In aanvulling op het in deze verordening in de artikelen 2:10, 2:57, 5:33, 5:34, 5:42 en 5:44 gestelde, is het op het strand tussen rijksstrandpaal 70 en de gemeentegrens met Noordwijk, en op of in de parallel met dat strandgedeelte gelegen strook zee met een breedte van 20 m (zijnde de vooroever) verboden:

    1. voor de eigenaar of houder van een hond, die hond te laten verblijven of te laten lopen zonder dat die hond aangelijnd is;

    2. te recreëren anders dan lopend of staand;

    3. te zwemmen;

    4. te varen of een andere vorm van watersport uit te oefenen;

    5. te graven;

    6. met een voertuig harder te rijden dan stapvoets, dan wel de snelheid die strikt noodzakelijk is ter voorkoming van het in het zand vastlopen van het voertuig;

    7. met een rij- of trekdier harder te gaan dan stapvoets;

    8. activiteiten uit te voeren met metaaldetectieapparatuur;

    9. mechanische strandreiniging uit te voeren;

    10. met een zeilvoertuig te rijden of zo een voertuig op het strand te hebben;

    11. vuur voor koken, bakken en braden aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. De in het eerste lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op voertuigen, vaartuigen en dieren, die worden gebruikt door de gemeente, de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijk Nederlandse Redding Maatschappij of anderszins voor openbare dienst bestemde voertuigen, vaartuigen en dieren.