Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en verblijfsontzegging.
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-en slotbepalingen

Hoofdstuk

Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen

Artikel 3:1

Afbakening

De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel 3:2

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  1. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;

  2. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;

  3. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon of rechtspersonen die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

  4. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf of escortbedrijf wordt uitgeoefend;

  5. klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een (raam)prostitutiebedrijf, escortbedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;

  6. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

  7. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

  8. prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;

  9. raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor het publiek toegankelijke plaats;

  10. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen vergoeding of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen vergoeding;

  11. seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;

  12. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;

  13. werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding worden verricht.

Artikel 3:2a

Bevoegd bestuursorgaan

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3:2b

Nadere regels

Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, vijfde lid en het bepaalde in artikel 3:15, kan het bevoegd bestuursorgaan nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.

Artikel 3:3

Vergunning seksbedrijf

  1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een seksbedrijf uit te oefenen of te wijzigen

  2. Het bevoegd bestuursorgaan beslist, in afwijking van artikel 1:2 van deze verordening, binnen twaalf weken op de aanvraag om een vergunning.

  3. De in het tweede lid gestelde termijn kan door het bevoegd bestuursorgaan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

  4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

  5. Het college kan het aantal te verlenen vergunningen voor seksbedrijven en het aantal werkruimten aan een maximum binden.

  6. Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten.

  7. De vergunning voor een seksbedrijf wordt verleend voor de duur van drie jaar tenzij in de vergunning anders staat vermeld. De vergunning wordt op naam van de exploitant gesteld en is niet overdraagbaar.

Artikel 3:4

Concentratie seksinrichtingen

Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van een seksinrichting geen vergunning wordt verleend. Daarbij kan worden bepaald dat de aanwijzing geldt voor seksinrichtingen van seksbedrijven van een nader aangewezen aard.

Artikel 3:5

0-optie raamprostitutiebedrijven en maximering aantal seksinrichtingen

  1. Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend.

  2. Het bevoegde bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het totaal aantal seksinrichtingen van seksbedrijven, niet zijnde raamprostitutiebedrijven, waarvoor vergunning kan worden verleend.

Artikel 3:6

Aanvraag

  1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier.

  2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

    1. de persoonsgegevens van de exploitant en de beheerder;

    2. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    3. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;

    4. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

    5. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;

    6. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

    7. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant;

    8. indien van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;

    9. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;

    10. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;

    11. indien van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding van ten minste 1:100;

    12. indien van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding van ten minste 1:100;

    13. het aantal werkzame prostituees.

  3. Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a, b, c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder.

  4. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Artikel 3:7

Weigeringsgronden

  1. Een vergunning wordt geweigerd als:

    1. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;

    2. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij;

    3. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;

    4. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

    5. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    6. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;

    7. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000;

    8. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden;

    9. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

      1. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

      2. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;

      3. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

      4. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 in samenhang gelezen met artikel 8 of in samenhang gelezen met artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

      5. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;

      6. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie;

      7. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen.

    10. het maximum aantal vergunningen en/of maximum aantal werkruimten, zoals door het bevoegd bestuursorgaan is vastgesteld in de nadere regels op grond van deze verordening, is bereikt.

    11. de vestiging of exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.

    12. sprake is van het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB.

  2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid en onder h, wordt gelijk gesteld:

    1. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;

    2. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid en onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.

  3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, wordt:

    1. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning;

    2. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning.

  4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

  5. Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 worden geweigerd in het belang van:

    1. het voorkomen of beperken van overlast;

    2. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    3. de veiligheid van personen of goederen;

    4. de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    5. de gezondheid of zedelijkheid;

    6. de arbeidsomstandigheden van de prostituee;

  6. Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, worden geweigerd indien het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde in de nadere regels op grond van deze verordening.

  7. Een vergunning voor een escortbedrijf kan voorts worden geweigerd als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.

Artikel 3:9

Intrekken of schorsen van de vergunning

  1. De vergunning als bedoeld in artikel 3:3 wordt ingetrokken als:

    1. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

    2. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    3. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    4. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid onder a tot en met k;

    5. de houder dit verzoekt.

  2. De vergunning als bedoeld in artikel 3:3 kan worden geschorst of ingetrokken als:

    1. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    2. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het bepaalde in het eerste lid en onder c;

    3. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- of leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;

    4. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    5. er bij het seksbedrijf of escortbedrijf personen zijn tewerkgesteld die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    6. gedurende tenminste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning;

    7. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan opgenomen maatregelen;

    8. er is gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.

Artikel 3:12

sluitingstijden, aanwezigheid en toegang

  1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers of prostituees geopend te hebben en daarin bezoekers of prostituees toe te laten of te laten verblijven dagelijks tussen 1.00 uur en 6.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.

  3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers.

  4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting, tenzij bij vergunning anders is bepaald.

Artikel 3:13

Adverteren voor seksbedrijf

Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:

  1. geen vermelding op te nemen van het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt, het nummer van de vergunning en van de bedrijfsnaam;

  2. vermelding op te nemen van een ander nummer dan bedoeld onder a, en

  3. onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

Artikel 3:13a

Tijdelijke afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting

  1. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, vijfde lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:

    1. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:12, eerste en derde lid, geldende sluitingstijden vaststellen;

    2. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op grond van het bepaalde in artikel 3:42, tweede lid.

Artikel 3:13b

Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder

  1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers te hebben geopend, zonder dat de exploitant of beheerder als bedoeld in artikel 3:2b in de seksinrichting aanwezig is

  2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:

    1. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie;

    2. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.

Artikel 3:13c

Beëindiging exploitatie

  1. De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning onherroepelijk is geworden.

  2. De vergunning vervalt voorts zodra de exploitant die op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

  3. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan de burgemeester of het college.

Artikel 3:13d

Wijziging beheer

  1. Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan de burgemeester of het college.

  2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in het artikel 3:7, eerste lid onder a tot en met i, zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat op de aanvraag is besloten.

Artikel 3:14

Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf

  1. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die:

    1. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;

    2. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.

  2. Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.

Artikel 3:17

Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf

  1. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:

    1. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;

    2. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;

      1. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;

      2. de verhuuradministratie;

      3. de werkroosters van de beheerders;

    3. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;

    4. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden.

    5. dat onverwijld bij de burgemeester wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang of uitbuiting;

  2. Het is verboden te handelen in strijd met het eerste lid.

Artikel 3:18

Raamprostitutie

Het is een prostituee verboden:

  1. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen;

  2. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.

Artikel 3:19

Straatprostitutie

  1. Het is verboden op openbare plaatsen door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken om gebruik te maken van de diensten van een prostituee.

  2. Het is verboden zich op openbare plaatsen op enigerlei wijze dwingend te bemoeien met een prostituee.

  3. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 237f, 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht dan wel artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 3:20

Handhaving straatprostitutie

  1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, kan door een opsporingsambtenaar het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  2. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, vijfde lid, kan door een opsporingsambtenaar aan personen die zich bevinden op de openbare plaatsen bedoeld in artikel 3:19, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  3. De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:7, vijfde lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het tweede lid, verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de in dat besluit aangegeven openbare plaats(en). Degene die een verbod heeft gekregen is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen.

  4. De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het derde lid indien dat in verband met persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk is.

Artikel 3:22

Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

  1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:

    1. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;

    2. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.

  2. Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Artikel 3:22a

Sekswinkels

Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017