Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en verblijfsontzegging.
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs-en slotbepalingen

Hoofdstuk

Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente

Artikel 5:1

Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

  2. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

Artikel 5:2

Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

  1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

    1. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

    2. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

    1. voertuigen waaraan herstel-of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

    2. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

  3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

    1. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;

    2. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

  4. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

Artikel 5:3

Te koop aanbieden van voertuigen

  1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

  2. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

Artikel 5:4

Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 5:5

Voertuigwrakken

  1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5:6

Kampeermiddelen e.a.

  1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

    1. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    2. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:7

Parkeren van reclamevoertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:8

Parkeren van grote voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

  3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

  4. Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

Artikel 5:9

Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen

(Vervallen)

Artikel 5:10

Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen

(Gereserveerd)

Artikel 5:11

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.

  2. Dit verbod is niet van toepassing:

    1. op de weg;

    2. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid;

    3. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

  3. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:12

Weesfietsen, fietswrakken, bromfietsen, snorfietsen en weesbromfietsen en weessnorfietsen e.d.

Het is verboden in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid:

  1. op of aan de weg fietsen, bromfietsen, motorfietsen of snorfietsen langer dan één maand onbeheerd op dezelfde locatie te laten staan;

  2. een fiets, bromfiets, motorfiets of snorfiets te parkeren in een door het college daarvoor aangewezen parkeervoorziening, langer dan een door het college aangewezen periode;

  3. fietsen, bromfietsen, motorfietsen of snorfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren op of aan de weg te laten staan.

Artikel 5:13

Inzameling van geld of goederen

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.

  2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt.

Artikel 5:14

Begripsbepaling

  1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;

  2. Onder venten wordt niet verstaan:

    1. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

    2. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op particuliere markten als bedoeld in artikel 5:22

    3. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Artikel 5:15

Ventverbod

Het is verboden zonder vergunning van het college te venten.

Artikel 5:16

Vrijheid van meningsuiting

  1. Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

  2. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen:

    1. op door het college aangewezen openbare plaatsen, of

    2. voor bepaalde dagen en uren.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 5:17

Begripsbepaling

  1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden,, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  2. Onder standplaats wordt niet verstaan:

    1. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet;

    2. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

    3. een vaste plaats op een particuliere markt als bedoeld in artikel 5:22

Artikel 5:18

Standplaatsvergunning en weigeringgronden

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

  2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

    1. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;

    2. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

Artikel 5:19

Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 5:20

Afbakeningsbepalingen

  1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

  2. De weigeringgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.

Artikel 5:22

Begripsbepaling

  1. In deze afdeling wordt verstaan onder particuliere markt: een markt op een voor het publiek toegankelijk plaats of toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.

  2. Onder een particuliere markt wordt niet verstaan:

    1. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet;

    2. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23

Organiseren van een particuliere markt

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een particuliere markt te organiseren.

  2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar particuliere markten kunnen worden gehouden.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd:

    1. wegens strijd met het omgevingsplan of de Toeristische Visie;

    2. in het belang van een markt zoals bedoeld in artikel 5:22 tweede lid;

    3. in het belang van de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente;

    4. als de particuliere markt wordt gehouden buiten een door het college aangewezen locatie.

    5. in het belang van de leefbaarheid;

    6. in het belang van het woonklimaat.

Artikel 5:24

Voorwerpen op, in of boven openbaar water

(Gereserveerd)

Artikel 5:25

Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen

(Gereserveerd)

Artikel 5:33

Beperking verkeer in natuurgebieden

  1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.

  2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:

    1. in het belang van het voorkomen van overlast;

    2. in het belang van de bescherming van natuur-of milieuwaarden;

    3. in het belang van de veiligheid van het publiek.

  3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:

    1. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en

    2. verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;

    3. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    4. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

    5. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

    6. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

  4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:

    1. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;

    2. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.

  5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 5:34

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke mits geen afvalstoffen worden verbrand;

    2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;

    3. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert en geen afvalstoffen worden verbrand.

  3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:35

Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele as-verstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Deze afdeling is mede van toepassing op (het verstrooien van) as als bedoeld in de Beheersverordening algemene dierenbegraafplaats van Zandvoort 2001.

Artikel 5:36

Toegestane plaatsen

  1. Incidentele asverstrooiing is toegestaan:

    1. op permanent terrein op de begraafplaats;

    2. op het strand en in de duinen;

    3. in een eigen graf.

  2. Het college kan een besluit nemen waarin de plaatsen genoemd in het eerste lid voor een bepaalde termijn worden onttrokken aan de mogelijkheid voor asverstrooiing.

  3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen voor het toestaan van asverstrooiing op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid.

Artikel 5:37

Hinder of overlast

Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

Artikel 5:38

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. strand: het Noordzeestrand met het onmiddellijk langs dit strand gelegen gedeelte van de zee, dat al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk is;

  2. zee: het gedeelte van de Noordzee, dat gelegen is binnen de grenzen van de gemeente Zandvoort;

  3. zeilvoertuig: een voertuig op één of meer wielen en met één of meer zeilen, dat door de wind wordt voortbewogen;

  4. vlieger: een vlieger die door middel van twee of meer lijnen wordt bestuurd;

  5. vliegeren: het oplaten van een vlieger, dan wel het zich laten voortbewegen door een vlieger;

  6. hoogwaterlijn: de lijn tot waar het water van de zee bij vloed komt;

  7. laagwaterlijn: de lijn tot waar het water van de zee bij eb zakt;

  8. strandafgang/strandafrit: de voetpaden en afritten voor voertuigen die vanaf de boulevard/zeereep toegang geven tot het strand;

  9. zeereep: de strook duinen die aan het strand grenst / de duinenrij die direct grenst aan een kust en vaak functioneert als zeewerend duin;

  10. banketten: kunstmatige strandverhoging nabij de duinvoet die wordt gebruikt als standplaats voor strandpaviljoens op recreatiestranden.

Artikel 5:39

Vrijhouden stroken strand

  1. Het is verboden voorwerpen te plaatsen en/of zich zonder noodzaak dan wel op hinderlijke wijze op te houden op de als zodanig aangeduide stroken strand – met de daarop onmiddellijk aansluitende zeegedeelten-ter hoogte van:

    1. het gebouw de Rotonde;

    2. de posten van de Zandvoortse Reddings Brigade en de aanrijdroutes van de KNRM;

    3. strandafgangen.

  2. Het is verboden op het strand op hinderlijke wijze afsluitingen te maken of lijnen te spannen of het verkeer op andere wijze in enig opzicht te belemmeren.

  3. De in het eerste en het tweede lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op voorwerpen of afsluitingen of lijnen die door de gemeente, de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij of anderszins van overheidswege zijn geplaatst of gespannen.

  4. Een ieder is verplicht zich onmiddellijk op het strand te verplaatsen of dit te verlaten, wanneer de politie of een door de burgemeester aangewezen ambtenaar dit vordert.

Artikel 5:40

Doorgangsbelemmerende vaartuigen, voertuigen e.d.

Het is verboden op een strook strand ter breedte van tien meter, gemeten vanaf de laatste hoogwaterlijn, landinwaarts, enig voorwerp te plaatsen, te laten liggen, of te laten staan.

Artikel 5:41

Gedrag in zee

  1. Het is verboden in zee met een vaartuig te varen minder dan 300 meter uit de laagwaterlijn, met uitzondering van het aanlanden en afvaren op het strand.

  2. Het is verboden enige vorm van watersport te bedrijven of zich te gedragen, op zodanige wijze dat daardoor gevaar of overlast ontstaat of kan ontstaan.

  3. De verbodsbepaling in het eerste lid is niet van toepassing op vaartuigen in gebruik bij de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, of anderszins voor openbare dienst bestemde vaartuigen.

Artikel 5:42

Vaartuigen op het strand

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een vaartuig te hebben of te brengen of dan wel daarmee af te varen van of aan te landen op het strand, dan wel binnen 300 meter uit de laagwaterlijn voor anker te gaan.

  2. Onder vaartuig wordt niet begrepen een opblaasboot, kano of ander dergelijk klein vaartuig, tenzij aan dit vaartuig direct of indirect een motor kan worden bevestigd.

  3. Het is verboden een jetski of waterscooter of ander dergelijk door mechanische kracht voortbewogen vaartuig te hebben of te brengen, dan wel daarmee af te varen of aan te landen op het strand of zich daarmee in zee te begeven of te varen binnen 1000 meter uit de kust.

  4. Het is verboden zonder vergunning van het college voorwerpen achter een vaartuig voort te slepen.

  5. Voor zover het in dit artikel bedoelde vaartuig een snelle motorboot, zoals bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement is, dient dit te voldoen aan het bepaalde in de artikelen 8.01 tot en met artikel 8.05 van het Binnenvaartpolitiereglement.

  6. De verbodsbepalingen in het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing op vaartuigen in gebruik bij de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, of anderszins voor de openbare dienst bestemde vaartuigen.

Artikel 5:43

Bevinden in zee

  1. Het is verboden zich in zee te bevinden:

    1. bij onweer;

    2. bij mistdampen op zee, wanneer het zicht vanuit de kust minder dan 200 meter is;

    3. bij aflandige wind met een opblaasboot, luchtbed, of luchtkussen, een autoband of enig ander voorwerp bestemd of gebruikt om zich daarmee drijvende te houden;

    4. op die plaatsen en in de onmiddellijke omgeving daarvan, die door middel van een rode vlag of op andere wijze als gevaarlijk zijn aangeduid.

  2. Een ieder is verplicht onmiddellijk de zee te verlaten, wanneer hem dit door de politie of door een door het college aangewezen ambtenaar wordt bevolen of indien dit door middel van gekleurde vlaggen van het reddingswezen kenbaar wordt gemaakt.

  3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden.

Artikel 5:44

Rijden op het strand

  1. Het is verboden met een voertuig op het strand te rijden, dan wel enig voertuig op het strand mee te voeren, te plaatsen of te laten staan.

  2. Het is verboden gedurende het tijdvak van 15 mei tot 1 oktober op het strand:

    1. met een rij-of trekdier te rijden of zo een dier op het strand te hebben;

    2. met een zeilvoertuig te rijden of zo een voertuig op het strand te hebben.

  3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op voertuigen en rij-of trekdieren, die worden gebruikt door de gemeente, de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijk Nederlandse Redding Maatschappij, of anderszins voor openbare dienst bestemde voertuigen en rij-of trekdieren.

  4. Het college kan voor het in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

Artikel 5:45

Verhuren van voorwerpen/dieren op het strand

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college op het strand een voer – of vaartuig – hetzij geheel, hetzij per plaats -een strandstoel, ligstoel, tafel, bank, tent, cabine, of een ander dergelijk voorwerp dan wel een rij-of trekdier aan het publiek te huur of voor gebruik aan te bieden.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de exploitant van een strandpaviljoen.

  3. De exploitant van een strandpaviljoen is toegestaan stoelen, banken, ligbedden, parasols en windschermen te verhuren, uitsluitend ter plaatsing op het openbare strand gelegen vóór het gehuurde perceel tot 10 meter van de laatste hoogwaterlijn;

  4. De exploitant is verplicht het strandmeubilair als bedoeld in het derde lid vanaf 00:00 uur op te ruimen en tot in ieder geval 06:00 uur op te slaan direct aan de onderkant van de inrichting of vlakbij de banketten;

Artikel 5:45a

Melding exploitatie aanbieden van watersportactiviteiten

  1. Het is verboden zonder melding te doen aan het College in de uitoefening van beroep of bedrijf watersportactiviteiten op of nabij het strand en/of de zee te organiseren.

  2. Het College kan nadere regels stellen aan de melding van het eerste lid.

  3. De melding wordt uiterlijk vijftien werkdagen voorafgaand aan de activiteiten bij het College gedaan.

  4. Het college kan binnen tien werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van de activiteiten van het eerste lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Artikel 5:45b

Zonering en nadere regels watersportactiviteiten

  1. Het College kan zonering aanwijzen voor het strand en de zee voor het verrichten van watersportactiviteiten. Zij kan hierbij alle nadere regels stellen die bijdragen aan een optimale zonering.

  2. Op aanwijzing van een door het College aangewezen persoon kan, in het belang van de veiligheid van de gebruikers van het strand, de zee en de nabije omgeving, van de zonering en nadere regels van het eerste lid worden afgeweken.

Artikel 5:46

inrichtingen of bedrijven op of aan het strand

  1. Het is de exploitant van een strandpaviljoen verboden om:

    1. hinderlijk licht uit te stralen voor de scheepvaart;

    2. het gedeelte van het openbare strand gelegen voor het strandpaviljoen te versperren;

    3. op enigerlei wijze aan en/of in de voet van de zeereep te graven, materialen op te slaan, zand weg te graven of zand op andere wijze te verplaatsen, zand in het helmgras te storten of afval te storten dan wel achter te laten of op enigerlei andere wijze de zeereep te beschadigen.

  2. De exploitant van een strandpaviljoen is verplicht mee te werken aan het waarschuwingssysteem met gekleurde vlaggen.

Artikel 5:47

Vissen vanaf het strand

Het is verboden vanaf het strand op zodanige wijze te vissen dat daardoor gevaar of overlast ontstaat of kan ontstaan.

Artikel 5:48

Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe op het strand aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan wel voor direct gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:49

Aanwijzing van het naaktstrand

Het strand tussen kilometerpaal 68 en kilometerpaal 70 is aangewezen als plaats voor ongeklede openbare recreatie als bedoeld in artikel 430a van het Wetboek van strafrecht.

Artikel 5:49a

Verbod afvalstoffen op het strand te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  1. In afwijking van het bepaalde in artikel 5:34, tweede lid onder b, is het verboden op het strand in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen alsmede op terrassen behorende bij een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben, waaronder in ieder geval moet worden verstaan het stoken en hebben van vuurkorven;

  2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing ter plaatse van het naaktstrand als bedoeld in artikel 5:49, mits geen afvalstoffen worden verbrand.

Artikel 5:50

Vliegeren

  1. Het is verboden om op het strand en de nabij gelegen duinen te vliegeren.

  2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet ten aanzien van door het College op grond van artikel 5:45b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2017 aangewezen watersportzones.

Artikel 5:51

Hinderlijk sport en spel

Het is verboden op het strand spel of sport uit te oefenen of zich te gedragen, op zodanige wijze dat daardoor gevaar of overlast voor personen, dan wel beschadiging van goederen kan ontstaan.

Artikel 5:51a

Gevaarlijk varen nabij het strand

Het is verboden in het onmiddellijk langs het strand gelegen zeegedeelte op zodanige wijze te varen of zich door een vaartuig te laten voorttrekken dat daardoor gevaar voor gebruikers kan ontstaan.

Artikel 5:51b

Noordvoort

  1. In aanvulling op het in deze verordening in de artikelen 2:10, 2:57, 5:33, 5:34, 5:42 en 5:44 gestelde, is het op het strand tussen rijksstrandpaal 70 en de gemeentegrens met Noordwijk, en op of in de parallel met dat strandgedeelte gelegen strook zee met een breedte van 20 m (zijnde de vooroever) verboden:

    1. voor de eigenaar of houder van een hond, die hond te laten verblijven of te laten lopen zonder dat die hond aangelijnd is;

    2. te recreëren anders dan lopend of staand;

    3. te zwemmen;

    4. te varen of een andere vorm van watersport uit te oefenen;

    5. te graven;

    6. met een voertuig harder te rijden dan stapvoets, dan wel de snelheid die strikt noodzakelijk is ter voorkoming van het in het zand vastlopen van het voertuig;

    7. met een rij- of trekdier harder te gaan dan stapvoets;

    8. activiteiten uit te voeren met metaaldetectieapparatuur;

    9. mechanische strandreiniging uit te voeren;

    10. met een zeilvoertuig te rijden of zo een voertuig op het strand te hebben;

    11. vuur voor koken, bakken en braden aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. De in het eerste lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op voertuigen, vaartuigen en dieren, die worden gebruikt door de gemeente, de politie, de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen (KNBRD), de Koninklijk Nederlandse Redding Maatschappij of anderszins voor openbare dienst bestemde voertuigen, vaartuigen en dieren.

Artikel 5:52

  1. Het is verboden geluidsapparatuur en muziekinstrumenten aanwezig te hebben in de door de burgemeester aangewezen gebieden en locaties, met uitzondering van woningen en bijbehorende erven.

  2. De burgemeester kan de werking van het in het eerste lid gestelde verbod beperken naar tijd, plaats en soort apparatuur en instrumenten.

  3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op evenementen als bedoeld in artikel 2:25.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2017