1. De vergunning als bedoeld in artikel 3:3 wordt ingetrokken als:

    1. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;

    2. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    3. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    4. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid onder a tot en met k;

    5. de houder dit verzoekt.

  2. De vergunning als bedoeld in artikel 3:3 kan worden geschorst of ingetrokken als:

    1. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    2. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het bepaalde in het eerste lid en onder c;

    3. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- of leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;

    4. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    5. er bij het seksbedrijf of escortbedrijf personen zijn tewerkgesteld die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    6. gedurende tenminste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning;

    7. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan opgenomen maatregelen;

    8. er is gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.