1. De vrijstelling voor alcoholschenkende inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2:28 tweede lid geldt alleen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    1. De ondernemer/exploitant van een inrichting die zich nieuw in de gemeente vestigt of de ondernemer die niet meer over een rechtsgeldige vergunning beschikt uiterlijk 15 werkdagen voorafgaand aan de openstelling van de openbare inrichting voor publiek een volledige kennisgeving/melding aan de burgemeester heeft gedaan;

    2. De kennisgeving heeft plaatsgevonden middels een door de burgemeester vast te stellen (kennisgevings)formulier;

    3. De ondernemer tegelijk met de kennisgeving een gemeentelijke BIBOB vragenlijst heeft ingevuld.

    4. De ondernemer/exploitant 12 maanden voorafgaand aan de kennisgeving geen overtreding heeft begaan die de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu schaadt.

  2. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving besluiten het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28.1 zonder dat de ondernemer/exploitant over een exploitatievergunning beschikt te verbieden, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  3. De ondernemer/exploitant die beschikt over een rechtsgeldige horeca-exploitatievergunning behoudt na de inwerkingtreding van de artikelen 2:28 en 2:28.1 deze vergunning tenzij sprake is van het in artikel 1:6 bepaalde.

  4. De in het derde lid bedoelde vergunninghouder doet een kennisgeving middels een door de burgemeester vastgesteld formulier indien er wijzigingen optreden in zaken die op de vergunning vermeld staan.