Algemene plaatselijke verordening Velsen 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Samenkomsten
Hoofdstuk Openbare inrichtingen
Hoofdstuk Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
Hoofdstuk Toezicht en ondermijning
Hoofdstuk Overlast in de openbare ruimte
Hoofdstuk Strand en zee
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Overlast in de openbare ruimte

Artikel 6:1

Hinderlijk gedrag

  1. Het is verboden:

    1. zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat andere gebruikers of bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen daarvan onnodig overlast of hinder ondervinden;

    2. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;

    3. zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte bestemd is;

    4. voor anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 6:2

Verboden drankgebruik

  1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

  2. Het verbod is niet van toepassing op:

    1. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; en

    2. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 6:3

Vervoer inbrekerswerktuigen

  1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

  2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

Artikel 6:4

Vervoer plak- en kladgereedschap

  1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.

  2. Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen kennelijk niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 4:4 van de Verordening fysieke leefomgeving.

Artikel 6:5

Vervoer verontreinigende middelen tijdens luilak

Het is verboden om in de nacht van vrijdag op zaterdag voor Pinksteren tussen 0:00 en 08:00 uur op of aan de weg enig middel bij zich te hebben of te vervoeren met het kennelijke doel een zaak te besmeuren.

Artikel 6:6

Gevaarlijke honden

  1. Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

  2. Onder een aanlijngebod als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte van ten hoogste 1,50 meter, gemeten van hand tot halsband.

  3. Onder een muilkorfgebod als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

    1. vervaardigd is van een stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

    2. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

    3. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

  4. Een hond als bedoeld in het eerste lid dient voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

Artikel 6:7

Woonoverlast

  1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

  2. De burgemeester kan bij overtreding van de zorgplicht uit het eerste lid een gedragsaanwijzing geven in de vorm van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom.

  3. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

    1. geluid- of geurhinder;

    2. hinder van dieren;

    3. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

    4. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

    5. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Artikel 6:8

Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden op een openbare plaats de natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 6:9

Inzameling van geld of goederen en leden- of donateurswerving

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waaronder ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  3. De vergunning kan in ieder geval worden geweigerd indien de betreffende week reeds aan een andere organisatie is toegewezen op het landelijke collecterooster van het CBF.

  4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden:

    1. in besloten kring; of

    2. door een instelling met een CBF-keurmerk op een in het landelijke collecterooster van het CBF aangewezen week.

  5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 6:10

Ventverbod

  1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.

  2. Onder venten wordt niet verstaan:

    1. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

    2. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet of artikel 2:15, tweede lid, aanhef en onder c;

    3. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 3:30 van de Verordening fysieke leefomgeving.

  3. Het is verboden te venten op zondagen en op maandag tot en met zaterdag tussen 17.00 uur en 09.00 uur.

  4. In tegenstelling tot het derde lid geldt het verbod voor het venten op het strand van maandag tot en met zondag tussen 20.00 uur en 09.00 uur.

  5. Het college kan van deze verboden een ontheffing verlenen.

  6. Het verbod als bedoeld geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

  7. Het verbod is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

Artikel 6:11

Bedelen

Het is verboden op een openbare plaats op hinderlijke wijze te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Velsen 2024