Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
Het bevoegd bestuursorgaan beslist binnen twaalf weken op de aanvraag om een vergunning.
Het bevoegd bestuursorgaan kan de beslistermijn voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
Het college kan het aantal te verlenen vergunningen voor seksbedrijven aan een maximum binden.
Het bevoegd bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Algemene plaatselijke verordening Velsen 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Samenkomsten
Hoofdstuk Openbare inrichtingen
Hoofdstuk Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
Hoofdstuk Toezicht en ondermijning
Hoofdstuk Overlast in de openbare ruimte
Hoofdstuk Strand en zee
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Paragraaf
Artikel 4:3
Nadere regels
Het bevoegd bestuursorgaan kan nadere regels stellen met betrekking tot de in dit hoofdstuk opgenomen regels in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de gezondheid of zedelijkheid en de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
Artikel 4:5
Bescheiden overleggen bij aanvraag
Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door het bevoegde bestuursorgaan daarvoor gehanteerd formulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden.
Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
het in artikel 4:5 genoemde bedrijfsplan;
bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;
de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding;
een plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding;
een volledig ingevuld en ondertekend door het bevoegd bestuursorgaan gehanteerd Bibob-formulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden;
Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.
Artikel 4:7
Weigeringsgronden vergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 wordt een vergunning geweigerd als:
de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;
de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die:
1° als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt;
2° als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt; of
3° slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden;
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en dit hoofdstuk;
2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420 quinquies, 426 en 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
3°. artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen;
4°. de artikelen 8 en 162, lid 3, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of
6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
7°. De artikelen 1, onder a,b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen
de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal leveren met een geldend omgevingsplan of voorbereidingsbesluit.
Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g., wordt gelijk gesteld:
een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, lid 2, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, lid 3, onder a., van de Algemene wet inzake rijksbelastingen , tenzij de geldsom minder dan € 375,- bedraagt.
De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g. en h., wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g. en h., telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.
Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:
voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 4:8 of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;
als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;
als het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde in de nadere regels op grond van deze verordening;
het maximum aantal te verlenen vergunningen is bereikt.
Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
het voorkomen of beperken van overlast;
het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
de veiligheid van personen of goederen;
de verkeersvrijheid of- veiligheid;
de gezondheid of zedelijkheid;
de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
Artikel 4:8
Intrekking en schorsing vergunning
De vergunning wordt ingetrokken als:
de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;
zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 4:7 eerste lid, sub a tot en met i;
de vergunninghouder dat verzoekt;
De uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend omgevingsplan of voorbereidingsbesluit;
is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;
een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;
is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen;
is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;
de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;
gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning;
wanneer de exploitant de exploitatie van de seksinrichting of het escort bedrijf feitelijk heeft beëindigd.
Artikel 4:9
Wijziging beheer en beëindiging exploitatie
Indien een beheerder het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 4:7 is van overeenkomstige toepassing.
In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
Artikel 4:10
Tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen en tijdelijke sluiting
Met het oog op de in artikel 4:7 genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:
tijdelijk sluitingstijden vaststellen;
van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
Artikel 4:11
Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.
De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:
geen strafbare feiten plaatsvinden; en
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
Artikel 4:12
Verbod straat- en raamprostitutie
Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de weg ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.
Het is een prostituee verboden:
zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en
passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.
Artikel 4:13
Sekswinkels
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 4:14
Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch- pornografische uitingen
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch- pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:
indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
anders dan overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, lid 1 van de Grondwet.