1. Het is verboden een openbare inrichting, niet zijnde een paracommerciële rechtspersoon, voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is:

    1. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning bedoeld in artikel 3:3, dan wel de vergunning bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet; of

    2. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 3:3 dan wel artikel 3 van de alcoholwet is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

  2. Het is verboden in een openbare inrichting:

    1. de orde te verstoren;

    2. zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de openbare inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 3:12, eerste lid; en

    3. op of vanuit het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.