1. In dit artikel wordt onder alcoholhoudende drank en onder paracommerciële rechtspersoon verstaan dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.

  2. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan paracommerciële rechtspersonen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, indien de paracommerciële rechtspersoon in de directe omgeving, naar verwachting, geen overlast zal veroorzaken of geen negatieve invloed zal hebben op de woon- en leefsituatie en de openbare orde.

  3. De vrijstelling wordt ingetrokken indien er een incident voordoet die de woon- en leefsituatie of openbare orde in de directe omgeving van de openbare inrichting negatief beïnvloedt.

  4. Op de aanvraag om de vrijstelling als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  5. Een paracommerciële rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 1 uur voor de aanvang en tot uiterlijk 1 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon.

  6. Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.