Algemene plaatselijke verordening Velsen 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Samenkomsten
Hoofdstuk Openbare inrichtingen
Hoofdstuk Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
Hoofdstuk Toezicht en ondermijning
Hoofdstuk Overlast in de openbare ruimte
Hoofdstuk Strand en zee
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Samenkomsten

Artikel 2:1

Samenscholing en ongeregeldheden

  1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

  2. Degene die op een openbare plaats:

    1. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

    2. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

    3. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

  1. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

  2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.

  3. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

  4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:2

Kennisgeving vergadering, betoging of samenkomst op openbare plaats

  1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een vergadering, betoging of samenkomst tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging te houden, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de activiteit wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  2. De kennisgeving bevat:

    1. naam en adres van degene die de vergadering, betoging of samenkomst houdt;

    2. de datum waarop de vergadering, betoging of samenkomst plaatsvindt, het tijdstip van aanvang en het tijdstip van beëindiging;

    3. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;

    4. voor zover van toepassing, het aantal personen en de wijze van samenstelling; en

    5. maatregelen die degene die de vergadering, betoging of samenkomst houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

  3. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarop in ieder geval de datum en het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.

  4. Indien het uiterlijke tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12:00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12:00 uur.

  5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Artikel 2:3

Maken filmopnamen

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college in de openbare ruimte een filmopname te maken voor andere dan privédoeleinden.

  2. Geen vergunning voor het maken van filmopnamen is vereist indien:

    1. de opnamen plaatsvinden tussen 08.00 uur en 24.00 uur;

    2. wordt gewerkt met maximaal 35 personen aanwezig op de set (film- en opnamecrew) en drie camera’s vanaf de schouder of op statief;

    3. geen objecten op de rijbaan of (brom)fietspad worden geplaatst;

    4. voetgangers niet worden gehinderd en maximaal 6 attributen (elk maximaal 1m2 en geen voertuigen) op het voor voetgangers bedoelde deel van de weg worden geplaatst;

    5. geen omleidingen of afzettingen worden geplaatst;

    6. maximaal 5 reguliere parkeerplaatsen worden afgezet (gereserveerd) met dien verstande dat in ieder geval niet meer dan de helft van het aantal beschikbare parkeerplaatsen in de straat wordt gebruikt;

    7. parkeerplaatsen alleen worden gebruikt door auto’s en busjes die belangrijk zijn voor de opname en elk een normale parkeerplaats innemen;

    8. geen geweldsscènes of scènes met speciale effecten plaatsvinden;

    9. niet meer dan twee aaneengesloten dagen wordt gefilmd;

    10. de organisator binnen ten minste vier weken voorafgaand aan de opnamen daarvan melding heeft gedaan aan het college met een hiervoor gehanteerd meldingsformulier.

  3. Indien één week voorafgaand aan de opnamen door het college geen tegenbericht is verzonden, kunnen de opnamen zoals gemeld plaatsvinden.

  4. Het college kan tot één week voorafgaand aan de opnamen besluiten filmopnamen te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op het eerste lid.

Artikel 2:4

Begripsbepaling

  1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

    1. bioscoop-, theater- en muziekvoorstellingen, voor zover deze worden gehouden in een daarvoor bestemd gebouw;

    2. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onderdeel g van de Gemeentewet;

    3. (kans)spelen en speelgelegenheden als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

    4. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;

    5. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; en

    6. reguliere sportactiviteiten en sportwedstrijden in of op daarvoor bestemde accommodaties, waaronder niet worden verstaan voetbalwedstrijden in het betaald voetbal en aangewezen vechtsportwedstrijden of -gala's.

  2. In deze afdeling wordt onder evenement in ieder geval verstaan:

    1. een braderie;

    2. een optocht, niet zijnde een betoging, samenkomst of vergadering als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

    3. een snuffelmarkt, zijnde een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats;

    4. een voor publiek toegankelijk (muziek)feest; en

    5. een wedstrijd op of aan de weg.

  3. In deze afdeling wordt onder evenement mede verstaan een herdenkingsplechtigheid.

Artikel 2:5

Evenementenvergunning

  1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Geen vergunning is vereist voor een evenement, indien:

    1. het verwachte aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;

    2. het evenement tussen 10.00 uur en 24.00 uur plaatsvindt;

    3. geen muziek ten gehore wordt gebracht vóór 10.00 uur en na 23.00 uur en op zondagen vóór 13:00 uur en na 23:00 uur;

    4. geen hoofdwegen worden afgesloten en het evenement geen belemmering vormt voor de hulpdiensten doordat een minimale rijstrook van 3,5 meter breed tot een hoogte van 4 meter hoog vrij wordt gehouden van objecten;

    5. niet meer dan 6 kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 5 m² per object en niet meer dan twee grotere objecten van maximaal 25 m² per object;

    6. er een organisator is;

    7. een op grond van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen vereiste gebruiksmelding is gedaan;

    8. de organisator ten minste vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van een daarvoor gehanteerd formulier.

  3. Het tweede lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2.4, eerste lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s.

  4. Geen vergunning is vereist voor een wielertoertocht met maximaal 250 deelnemers, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    1. de deelnemers leggen een parcours af dat niet is afgezet;

    2. er wordt geen winnaar uitgeroepen;

    3. deelnemers dienen zich aan de verkeersregels te houden;

    4. er vindt geen enkele vorm van tijdmeting plaats;

    5. er een organisator is; en

    6. de organisator tenminste vier weken voorafgaand aan de wielertoertocht daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van een daarvoor gehanteerd formulier.

  5. Indien één week voorafgaand aan het evenement door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden, kan het evenement zoals gemeld plaatsvinden.

  6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 in samenhang gelezen met artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:6

Indiening aanvraag

  1. De aanvraag om een evenementenvergunning wordt uiterlijk twaalf weken voor de beoogde datum van het evenement ingediend.

  2. De aanvraag om een evenementenvergunning voor het organiseren van een evenement met veiligheidsaandacht of een verhoogde veiligheidsaandacht wordt uiterlijk vierentwintig weken voor de beoogde datum van het evenement ingediend.

  3. De aanvraag wordt ingediend door middel van het daarvoor gehanteerde aanvraagformulier.

  4. Bij de aanvraag worden in ieder geval de in het daarvoor gehanteerde aanvraagformulier gevraagde gegevens en documenten overgelegd.

  5. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding moet worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  6. De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van een evenement of bij bijzondere, periodiek terugkerende evenementen van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen afwijken.

Artikel 2:7

Beoordeling aanvraag

  1. De burgemeester kan tot één week voorafgaand aan een evenement besluiten een evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 weigert de burgemeester een vergunning voor door de burgemeester aan te wijzen categorieën van vechtsportwedstrijden of -gala's indien:

    1. de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag van zichzelf als aanvrager van de vergunning en een eventuele organisator overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.

    2. de aanvrager van de vergunning of de organisator in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:8

Ordeverstoring

Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:9

Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • Omgeving van het stadion: het gebied dat wordt omgeven door de Waterloolaan, de Driehuizerkerkweg, de Waterlandweg, de Bosweg, de Verloren van Themaatlaan, de Van Tuyllweg, de Minister Lelylaan, de Minister van Houtenlaan, het pad lopend vanaf de Minister van Houtenlaan naar het Tiberiusplein, het Tiberusplein, de Briniostraat, de Lorentzstraat en de Zeeweg.

  • organisator: een betaald voetbalorganisatie, de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond of een andere rechts- of natuurlijke persoon die een voetbalevenement in het stadion organiseert;

  • stadion: het voetbalstadion gelegen aan de Minister van Houtenlaan 123 in Velsen-Zuid;

  • supporter: degene die zich door kleding, uitrusting, gedraging of anderszins manifesteert als aanhanger van een voetbalteam;

  • voetbalevenement: een voetbalwedstrijd in het stadion;

  • voetbalwedstrijd: een wedstrijd waarbij één van de spelende teams een Nederlandse of buitenlandse betaald voetbalorganisatie of een vertegenwoordigend elftal van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond is.

Artikel 2:10

Vergunningplicht

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een voetbalwedstrijd te organiseren.

  2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan ook meerdere wedstrijden of een seizoen omvatten.

  3. De artikelen 2:6, 2:7 en 2:8 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2:11

Aanwijzingen

  1. De burgemeester kan in verband met een voetbalevenement in het belang van de veiligheid en het voorkomen van wanordelijkheden aanwijzingen geven aan de organisator of supporters.

  2. Deze aanwijzingen kunnen in ieder geval betrekking hebben op:

    1. de aanvang van de wedstrijd;

    2. de kaartverkoop;

    3. de toeloop en het vertrek van het publiek;

    4. het aantal bezoekers;

    5. de inzet in en rondom het stadion; en

    6. de inrichting van de parkeerplaats en verlichting.

  3. Eenieder is verplicht de aanwijzingen door of namens de burgemeester terstond en stipt op te volgen.

Artikel 2:12

Verboden handelingen

  1. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben in de omgeving van het stadion 3 uur voor aanvang van tot 3 uur na afloop van een voetbalevenement met het kennelijke doel daarmee bij een voetbalevenement de orde te verstoren.

  2. Onverminderd artikel 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit is het een supporter verboden pyrotechnisc.he voorwerpen bedoeld om licht, rook of lawaai te produceren, te vervoeren of bij zich te hebben in de omgeving van het stadion 3 uur voor aanvang van tot 3 uur na afloop van een voetbalevenement.

Artikel 2:13

Stadionomgevingsverbod

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen heeft verricht in of in de omgeving van een stadion op een dag dat daar een voetbalwedstrijd werd gespeeld, een verbod geven zich vanaf vier uur vóór het vastgestelde aanvangstijdstip tot vier uur na afloop van een voetbalwedstrijd in een in het stadionomgevingsverbod bepaald gebied op te houden.

  2. De burgemeester kan aan het verbod de plicht verbinden om zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente.

  3. Het verbod geldt voor een bepaalde periode welke niet langer is dan twee jaar.

  4. De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde verbod als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk acht.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Velsen 2024