1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Geen vergunning is vereist voor een evenement, indien:

    1. het verwachte aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;

    2. het evenement tussen 10.00 uur en 24.00 uur plaatsvindt;

    3. geen muziek ten gehore wordt gebracht vóór 10.00 uur en na 23.00 uur en op zondagen vóór 13:00 uur en na 23:00 uur;

    4. geen hoofdwegen worden afgesloten en het evenement geen belemmering vormt voor de hulpdiensten doordat een minimale rijstrook van 3,5 meter breed tot een hoogte van 4 meter hoog vrij wordt gehouden van objecten;

    5. niet meer dan 6 kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 5 m² per object en niet meer dan twee grotere objecten van maximaal 25 m² per object;

    6. er een organisator is;

    7. een op grond van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen vereiste gebruiksmelding is gedaan;

    8. de organisator ten minste vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van een daarvoor gehanteerd formulier.

  3. Het tweede lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2.4, eerste lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s.

  4. Geen vergunning is vereist voor een wielertoertocht met maximaal 250 deelnemers, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    1. de deelnemers leggen een parcours af dat niet is afgezet;

    2. er wordt geen winnaar uitgeroepen;

    3. deelnemers dienen zich aan de verkeersregels te houden;

    4. er vindt geen enkele vorm van tijdmeting plaats;

    5. er een organisator is; en

    6. de organisator tenminste vier weken voorafgaand aan de wielertoertocht daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van een daarvoor gehanteerd formulier.

  5. Indien één week voorafgaand aan het evenement door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden, kan het evenement zoals gemeld plaatsvinden.

  6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 in samenhang gelezen met artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.