-
Het is verboden zonder vergunning van het college voertuigen, met inbegrip van de uitgezonderde voertuigen bedoeld in artikel 1:1 van deze verordening, die op of aan de weg staan ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden.
-
Het college kan stallingsplaatsen, wegen of weggedeelten of gebieden aanwijzen waar:
het niet verboden is om voertuigen of categorieën van voertuigen als bedoeld in het eerste lid te plaatsen, en/of
het niet verboden is om voertuigen of categorieën van voertuigen als bedoeld in het eerste lid ter gebruik aan te bieden.
-
Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de aanvrager, categorie voertuigen, de toelatingsvoorwaarden, kwaliteitseisen en exploitatievoorwaarden.
-
Het college kan de vergunning weigeren indien:
als het ter gebruik aanbieden van de voertuigen:
gevaar oplevert voor de veiligheid van de gebruikers, de verkeersveiligheid of de doorstroming van het verkeer;
hinder veroorzaakt voor het woon- of leefklimaat;
een nadelige invloed heeft op het milieu;
onevenredig beslag legt op de openbare ruimte;
afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte of;
er niet voldaan wordt aan de gestelde nadere regels.
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. Hierbij kunnen ook beperkingen worden gesteld aan het maximum aantal vergunningen en aantal voertuigen. Het college kan hiervoor nadere regels stellen.
-
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Nijmegen BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:46a
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:49a
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:50b
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling Parkeerexcessen en stopverbod
Afdeling (vervallen)
Afdeling (Vervallen)
Afdeling Standplaatsen
Afdeling (Vervallen)
Afdeling (Vervallen)
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Slachten van dieren
Afdeling Verstrooiing
Afdeling Detectorverbod en verbod op magneetvissen
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 5:2
Voertuigen van autobedrijf en dergelijke
-
Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
-
Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of
voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.
-
Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 100 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;
de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:3
Te koop aanbieden van voertuigen
-
Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:4
Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5:5
Voertuigwrakken
-
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5:5A
Parkeren van voertuigen met gevaarlijke stoffen
-
Het is verboden om een voertuig dat wordt gebezigd voor het vervoer van meer dan 300 kilogram gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2 van de Wet gevaarlijke stoffen te parkeren indien zich binnen een straal van 250 meter gebouwen bevinden waarbinnen zich personen plegen op te houden.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover daarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Wet Milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 5:6
Kampeermiddelen en andere voertuigen
-
Het is verboden een kampeerwagen, een caravan of een ander voor de recreatie bestemd voertuig en aanhangwagens langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg of op een van af de weg zichtbare plaats te parkeren.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:7
Reclamevoertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg of op particulier terrein te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:8
Grote voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, alsmede aanhangers, te parkeren op andere dan door het college aangewezen plaatsen.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
-
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:9
Uitzichtbelemmerende voertuigen
-
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
-
Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Artikel 5:10
Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
-
Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te parkeren daar waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet Milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is.
Artikel 5:11
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
-
Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te parkeren in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
-
Dit verbod is niet van toepassing op:
de rijbanen en paden;
voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;
voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 5:12
Overlast van fietsen of bromfietsen
-
Het is verboden om in door het college aangewezen gebieden buiten de daarvoor aangewezen stallingsruimten fietsen en bromfietsen te plaatsen.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
-
Het is verboden om een (brom-)fiets, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, langer dan 4 weken onbeheerd in een stallingsruimte in een door het college aangewezen zone achter te laten.
Artikel 5:13
(Vervallen)
Artikel 5:14
(Vervallen)
Artikel 5:15
(Vervallen)
Artikel 5:16
(Vervallen)
Artikel 5:17
Standplaatsen
-
Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de openbare plaats of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken, informatie te verstrekken vanuit een voertuig dan wel diensten aan te bieden.
-
Het is de rechthebbende op een voor publiek toegankelijk en in de openlucht gelegen perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is ingenomen.
-
(Vervallen)
-
De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een door de gemeenteraad ingestelde markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt gehouden wordt en voor een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij het Besluit activiteiten leefomgeving of de provinciale omgevingsverordening.
-
(Vervallen)
-
(Vervallen)
-
Onverminderd het bepaalde in het zesde lid kan de vergunning worden geweigerd als:
de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. Hierbij kunnen ook beperkingen worden gesteld aan het maximum aantal standplaatsen in een bepaalde branche. Het college kan hiervoor nadere regels vaststellen. Hierbij mag het college afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 1.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor venten. Onder venten wordt verstaan het aanbieden van goeden of diensten van huis tot huis of op straat, zonder vaste plaats. Een venter mag niet langer dan 10 minuten op een plaats stil staan, niet binnen twee uur eenzelfde plaats innemen en de volgende locatie dient minimaal 100 meter verderop te liggen (met uitzondering van venten van huis tot huis).
-
Het college kan een verleende standplaatsvergunning intrekken, al dan niet voorwaardelijk, dan wel voor een nader te bepalen aantal dagen of te bepalen periode, al dan niet voorwaardelijk, schorsen, indien de vergunninghouder niet of niet tijdig de verschuldigde precario voldoet die worden geheven op grond van artikel 228 van de Gemeentewet.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:18
(Vervallen)
Artikel 5:19
(Vervallen)
Artikel 5:20
(Vervallen)
Artikel 5:21
(Vervallen)
Artikel 5:22
(Vervallen)
Artikel 5:23
(Vervallen)
Artikel 5:24
(Vervallen)
Artikel 5:25
(Vervallen)
Artikel 5:26
(Vervallen)
Artikel 5:27
(Vervallen)
Artikel 5:28
(Vervallen)
Artikel 5:29
(Vervallen)
Artikel 5:30
(Vervallen)
Artikel 5:31
(Vervallen)
Artikel 5:32
Crossterreinen
-
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
het voorkomen of beperken van overlast;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel 5:33
Beperking verkeer in natuurgebieden
-
Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
-
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
het voorkomen van overlast;
de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
de veiligheid van het publiek.
-
Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing:
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 5:34
Publiekelijk slachten
Het is verboden op of zichtbaar vanaf voor het publiek toegankelijke plaatsen, dieren te slachten.
Artikel 5:35
Definitie
In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5:36
Verboden plaatsen
-
Incidentele asverstrooiing is verboden op:
verharde delen van de weg;
gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen;
kinderspeeltuinen;
ligweiden.
-
Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
-
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, c en d.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:37
Hinder of overlast
Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Artikel 5:38
Detectorverbod en verbod op magneetvissen
-
Op grond van artikel 2.2., vijfde lid van het Besluit Erfgoedwet archeologie blijft artikel 2.2 eerste lid van het Besluit Erfgoedwet archeologie buiten toepassing voor het hele grondgebied van de gemeente Nijmegen. Voor het gehele grondgebied geldt daarmee een detectorverbod.
-
Het is verboden zich anders dan met een vergunning van Burgemeester en Wethouders, met een metaaldetector te bevinden in de aangewezen gebieden als bedoeld in lid 1.
-
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op degene die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid van de Erfgoedwet.
-
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders in openbare wateren met behulp van magneten te zoeken naar metalen voorwerpen (magneetvissen).
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.