1. De burgemeester kan het doen spelen van een wedstrijd verbieden:

    1. uit vrees voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde;

    2. indien de krachtens artikel 2:25a derde lid, opgelegde voorschriften niet worden nageleefd;

    3. indien geen of niet tijdig een vergunning is aangevraagd.

  2. Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen, wanneer een verbod, als bedoeld in het vorige lid is uitgevaardigd.