1. Het is verboden:

    1. op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben;

    2. op een openbare plaats vermommingsmiddelen te vervoeren, bij zich te hebben of te dragen;

    3. op een openbare plaats in de nabijheid van winkels een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken, te vervoeren of bij zich te hebben.

  2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak of anderszins te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.