1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

    1. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen.

    2. bosplantsoen: houtopstand, bestaande uit hoofdzakelijk bomen of boomvormers met of zonder onderbegroeiing met een stamomtrek < 95 cm en met een oppervlakte van minimaal 150m2.

    3. bijzondere bomen: monumentale of waardevolle bomen, herdenkingsbomen of bomen van een bijzondere soort.

    4. dunning: velling van een houtopstand ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand.

    5. afzetten van bosplantsoen: het afzagen van de stammen dichtbij het maaiveld, met als doel de houtopstand te verjongen en weer te laten uitgroeien.

  2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan kappen, rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Hieronder worden ook verstaan snoeiwijzen waarbij de kroon voor meer dan 1/3 wordt ingenomen zoals kandelaberen en kandelaren.

  3. Voor het bepalen van de te vergunnen houtopstand geldt:

    1. bij bomen wordt de stamomtrek gemeten op 1.30 m. boven het maaiveld;

    2. bij meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam.

    3. bij een bosplantsoen dient het aantal vierkante meters van de houtopstand te worden aangevraagd.

    4. Bomen in een bos of bosplantsoen > 95 cm stamomtrek dienen separaat als boom te worden aangevraagd .