1. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde of zedelijkheid aan een persoon het bevel te geven zich anders dan in een openbaar middel van vervoer niet te bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarbij genoemd.

  2. Een verblijfsontzegging geldt voor een periode van ten hoogste twaalf weken.

  3. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste lid opgelegde verblijfsontzegging.