-
In deze afdeling en de daaruit volgende bepalingen wordt verstaan onder:
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte:
waarin enig horecabedrijf, tot de uitoefening waarvan behoort het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, wordt uitgeoefend;
waar bedrijfsmatig of anders dan om niet, al dan niet door middel van een automaat, etenswaren of alcoholvrije dranken of rookwaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt;
waar bedrijfsmatig of anders dan om niet, etenswaren worden bereid om te worden afgehaald;
exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een inrichting exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een inrichting;
terras: een buitenruimte (lokaliteit) deel uitmakend van een horecabedrijf, inrichting of instelling waar zit- en/of sta-gelegenheid wordt geboden, voorzien van terrasmeubilair en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt;
pand: het pand ten behoeve waarvan de terrasvergunning wordt aangevraagd.
-
In deze afdeling wordt onder bezoekers niet verstaan:
de gezinsleden van de exploitant en beheerder, alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
de personen die voorkomen in het register, bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht;
de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Nijmegen BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:46a
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:49a
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:50b
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling Parkeerexcessen en stopverbod
Afdeling (vervallen)
Afdeling (Vervallen)
Afdeling Standplaatsen
Afdeling (Vervallen)
Afdeling (Vervallen)
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Slachten van dieren
Afdeling Verstrooiing
Afdeling Detectorverbod en verbod op magneetvissen
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:28
Sluitingstijd
-
Het is verboden een inrichting, welke uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een sport- of jeugdorganisatie of instelling, dan wel in gebruik is als buurt- of wijkhuis, van 02.00 tot 05.00 uur voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
-
De burgemeester is bevoegd in zeer bijzondere gevallen van tijdelijke aard ontheffing te verlenen van dit verbod.
-
De burgemeester kan bepalen dat een inrichting, al dan niet tijdelijk, tussen 00.00 uur en 06.00 uur voor publiek gesloten dient te zijn in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, gezondheid of van het woon- en leefmilieu.
-
Het is bezoekers verboden gedurende de tijd dat een voor publiek toegankelijke ruimte gesloten dient te zijn, zich daarin te bevinden.
-
Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor zover op de Omgevingswet gebaseerde vergunningsvoorschriften van toepassing zijn.
Artikel 2:28a
Venstertijd
-
Het is een inrichting als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet, onverminderd de bevoegdheid om voor reeds aanwezige bezoekers geopend te blijven, verboden tussen 04.00 uur en 08.00 uur bezoekers toe te laten.
-
Het verbod als genoemd in het eerste lid is niet van toepassing in de nacht van 31 december op 1 januari.
Artikel 2:29
Toegang ambtenaren van politie
De exploitant en beheerder van een inrichting zijn verplicht ervoor te zorgen dat ambtenaren van politie vanaf de openbare weg onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot die inrichting:
gedurende de tijd dat de inrichting voor bezoekers geopend is; dan wel
gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn en er daarin of aldaar bezoekers aanwezig zijn.
Artikel 2:29a
Ordeverstoring
-
Het is verboden in een inrichting de orde te verstoren.
-
Het is verboden in een inrichting deel te nemen aan enig spel of een spel te beoefenen waarbij met of om geld, voor geld inwisselbare voorwerpen of goederen wordt gespeeld, dan wel daartoe al dan niet bedrijfsmatig gelegenheid te geven.
-
Het tweede lid geldt niet voor zover de Wet op de Kansspelen van toepassing is.
Artikel 2:30
Terrasvergunningen
-
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een terras te hebben, voor zover deze zich op de weg bevindt.
-
In afwijking van artikel 2:10 beslist de burgemeester op een vergunningaanvraag voor een terras.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:5 is een vergunning zoals genoemd in het eerste lid gebonden aan het pand waarin een horecabedrijf, kiosk of maatschappelijke en recreatieve instelling wordt uitgeoefend
-
Indien deze vergunning geen voorschriften omtrent de sluitingstijden bevat, is het verboden het terras te hebben tussen 01.00 en 09.00 uur.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning;
de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
indien de weg, waarop de aanvraag ziet, niet in de directe nabijheid van het pand is gelegen;
indien een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. Het college kan hiervoor nadere regels vaststellen waarbij het college mag afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 1.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning zoals bedoeld in het eerste lid weigeren:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de nabije omgeving van het terras;
-
Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:31
Vergunningsplicht alcoholvrije inrichtingen
-
Het is verboden zonder of in afwijking van de vergunning van de burgemeester een inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid onder a, sub 2 of sub 3 van deze verordening te exploiteren (exploitatievergunning).
-
Het verbod van het eerste lid geldt niet voor door de burgemeester aangewezen soorten inrichtingen.
-
Voor het verkrijgen van een vergunning moet een aanvraag bij de burgemeester worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vast te stellen formulier.
-
Bij de aanvraag, bedoeld in het vorige lid, wordt tenminste:
opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de exploitant en de beheerder;
opgaaf gedaan van het adres en de aard en bedrijfsactiviteit van de inrichting;
overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en een plattegrond van de inrichting.
-
Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen.
-
De vergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet van de exploitant en beheerder van de inrichting. De vergunning is niet overdraagbaar. In geval van beëindiging of overdracht van de inrichting aan een rechtsopvolger is de exploitant verplicht, hiervan direct schriftelijk mededeling te doen aan de burgemeester.
-
De burgemeester kan een maximum stellen aan het aantal te verlenen vergunningen per categorie van inrichtingen, te onderscheiden naar aard en bedrijfsactiviteit.
-
Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
-
Een verleende vergunning kan uitsluitend met betrekking tot de op de vergunning vermelde beheerder op aanvraag van de exploitant worden gewijzigd. Deze aanvraag moet worden ingediend aan de hand van een door de burgemeester vast te stellen formulier. Lid 4 sub a is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2:32
Aanwezigheid van exploitant en beheerder
Het is verboden de inrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 2:31, zesde lid op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de inrichting aanwezig is.
Artikel 2:33
Weigeringsgronden exploitatievergunning
-
De burgemeester weigert de vergunning, bedoeld in artikel 2:31, of de wijziging van de vergunning, bedoeld in artikel 2:31 lid 9, indien:
de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
de inrichting niet voldoet aan de door de burgemeester vastgestelde inrichtingseisen;
de inrichting gelegen is buiten een door de burgemeester aangewezen gebied;
een op de aanvraag vermelde exploitant - indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en)- of beheerder jonger is dan 21 jaar;
het maximum zoals bedoeld in artikel 2:31 lid 7 is bereikt.
een op aanvraag vermelde exploitant-indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en)- of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is, als bedoeld in artikel 8 Alcoholwet.
redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde verboden zal worden overtreden of daar gestelde verplichtingen niet worden nagekomen of dat in strijd zal worden gehandeld met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften.
-
De burgemeester kan de vergunning, bedoeld in artikel 2:31, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar diens oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting of de bedrijfsactiviteiten.
-
Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;
de aard van de inrichting;
de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting;
de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;
de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant of beheerder van de inrichting in deze of andere inrichtingen;
de wijze van exploitatie van de inrichting in het verleden, voor zover de exploitant en beheerder onveranderd is gebleven.
-
De vergunning kan worden geweigerd indien de exploitant of de beheerder in de periode van 3 jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van verstoring van de openbare orde gesloten is geweest.
Artikel 2:33a
Intrekkingsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken:
indien aannemelijk is, dat de exploitant of beheerder van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
indien de exploitant of beheerder van de inrichting toestaat dan wel gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
indien zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
indien de exploitant of beheerder van de inrichting zich schuldig maakt aan feiten of gedragingen, die leiden tot het oordeel dat er in enig opzicht sprake is van slecht levensgedrag.
Artikel 2:33b
Vervallen vergunning
-
De vergunning vervalt, indien:
gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
er sprake is van een gewijzigde exploitant, die geen nieuwe vergunning heeft aangevraagd;
de exploitant of beheerder deze hoedanigheid heeft verloren;
een vergunning, strekkende ter vervanging van de eerstbedoelde vergunning is verleend.
-
Indien binnen veertien dagen nadat de exploitant of beheerder deze hoedanigheid heeft verloren een ontvankelijke aanvraag voor de exploitatie van dezelfde inrichting wordt ingediend, blijft het bepaalde in het eerste lid, onder c buiten toepassing, tot het moment dat op die aanvraag is beslist.
Artikel 2:34
Overgangsbepalingen
-
Artikel 2:31, eerste lid, is gedurende 52 weken na inwerkingtreding van de wijziging daarvan niet van toepassing op die inrichtingen, die voorheen op grond van de meldingsplicht voor alcoholvrije inrichtingen een melding hebben gedaan en over een ontvangst van kennisgeving beschikken, voor zover er geen wijzigingen optreden of zijn opgetreden in de gemelde gegevens.
-
Artikel 2:31, eerste lid, is tevens gedurende 52 weken na inwerkingtreding van de wijziging daarvan niet van toepassing op de ten tijde van de inwerkingtreding bestaande inrichtingen, waar bedrijfsmatig of anders dan om niet, etenswaren worden bereid om te worden afgehaald.
-
Artikel 2:31, eerste lid, is tevens niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid genoemde inrichtingen na afloop van de in de vorige leden genoemde termijn, indien de exploitant binnen die genoemde termijn een aanvraag om vergunning heeft ingediend, totdat op die aanvraag door de burgemeester is beslist.
-
Artikel 2:31, eerste lid, is gedurende vier weken na inwerkingtreding van de wijziging daarvan niet van toepassing op die inrichtingen, die tot het moment van inwerkingtreding van de wijziging van artikel 2:27 op grond van het vervallen artikel 2:27 eerste lid onder b niet beschouwd werden als een inrichting, maar wel beschikken over een zogenaamd meldingsdocument van de burgemeester of daarover beschikt hebben en voor dezelfde inrichting een nieuwe aanvraag hebben gedaan.
-
Artikel 2:31, eerste lid, is tevens niet van toepassing op de in het vorige lid genoemde inrichtingen na afloop van de in het vorige lid genoemde termijn, indien de exploitant binnen genoemde termijn een aanvraag om vergunning heeft ingediend, totdat op die aanvraag door de burgemeester is beslist.
-
Op vergunningaanvragen voor de in het vierde lid bedoelde inrichtingen zijn de artikelen 2:31, zevende lid, 2:33, eerste lid onder c, tweede lid en derde lid niet van toepassing, voor zover er geen wijziging ten aanzien van de exploitant en inrichting is opgetreden. Artikel 2:33, vierde lid is niet van toepassing voor zover het sluitingen voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 2:31 betreft.
-
Voor zover de voorgaande leden niet voorzien in een regeling, beschikt de burgemeester.