1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: de toezichthouders van bureau toezicht en handhaving zoals aangewezen door het college en/of de burgemeester.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de artikelen: 2:1, 2:24c, 2:25d, 2:25e, 2:29a, 2:53 en 2:75.

  3. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.