1. De vergunning vervalt, indien:

    1. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

    2. er sprake is van een gewijzigde exploitant, die geen nieuwe vergunning heeft aangevraagd;

    3. de exploitant of beheerder deze hoedanigheid heeft verloren;

    4. een vergunning, strekkende ter vervanging van de eerstbedoelde vergunning is verleend.

  2. Indien binnen veertien dagen nadat de exploitant of beheerder deze hoedanigheid heeft verloren een ontvankelijke aanvraag voor de exploitatie van dezelfde inrichting wordt ingediend, blijft het bepaalde in het eerste lid, onder c buiten toepassing, tot het moment dat op die aanvraag is beslist.