1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:7 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikelen 2:1, 2:2, 2:2a,2:3, 2:7, 2:8, 2:11, 2:13, 2:14, 2:17, 2:18, 2:19, 2:20, 2:21, 2:22, 2:23; 2:27, 2:29, 2:30, 2:31, 2:36, 2:37, 2:38, 2:39, 2:40, 2:41, 2:42, 2:43, 2:44, 2:45, 2:48, 2:49 lid 4, 5 en 6, 2:50, 3:10, 3:13, 3:14, 3:16, 3:30, 3:38, 3:39, 3:40, 3:41, 3:43, 3:44, 3:46, 3:47, 3:48, 4:3, 4:4, 4:6, 5:14, 5:16.

  2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:7 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikelen 2:4, 2:5, 2:6, 2:15, 2:24, 2:25, 2:26, 2:28, 2:32, 2:33, 2:34, 2:35,3:41, 4:5, 4:8, 4:9, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:10, 5:11, 5:12, 5:13, 5:16, 5:18, 5:19, 5:21, 5:22, 5:24.

  3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:6 en 2:7 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit en 2:8 eerste lid.