In aanvulling op de vereisten uit artikel 3:3 worden bij een aanvraag om vergunning tenminste de volgende bescheiden overgelegd:
een bewijs waaruit blijkt wat de totale investering is en dat deze met voldoende zekerheden is afgedekt met een financiering, dan wel uit eigen middelen is gefinancierd;
bescheiden waaruit blijkt dat aan de eisen inzake kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s voor kansspelverslaving is voldaan, conform hetgeen is gesteld in artikel 30d van de Wet op de kansspelen;
een bewijs van lidmaatschap van de VAN Speelautomaten brancheorganisatie;
een verklaring waaruit blijkt dat de ondernemer zijn onderneming inpast in een hoogwaardig, meeromvattend Leisure concept en in het kader van de productdifferentiatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 30n van de Wet op de Kansspelen juncto artikel 13 van het Speelautomatenbesluit een ideale mix van speelautomaten opstelt.