1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.

  2. De exploitant van een prostitutiebedrijf of een escortbedrijf draagt er zorg voor dat:

    1. de voor of bij het prostitutiebedrijf of escortbedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;

    2. de voor of bij het prostitutiebedrijf of escortbedrijf werkzame prostituees zich tenminste vier keer per jaar geneeskundig op seksueel overdraagbare aandoeningen en overige aan het beroep gerelateerde klachten door een arts naar eigen keuze kunnen laten onderzoeken.

    3. medewerkers van de namens de gemeente toezichthoudende gezondheidsdienst GGD Drenthe en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn een toetsing van de hygiëne-eisen of voorlichtings- en preventie-activiteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;

    4. tenminste één keer per jaar voor eigen rekening een hygiënecontrole in het prostitutiebedrijf wordt uitgevoerd.

    5. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval:

      1. de voor of bij het prostitutiebedrijf of escortbedrijf werkzame prostituees;

      2. de verhuuradministratie;

      3. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf of escortbedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:42, tweede lid, onder k;

      4. de werkroosters van de beheerders;

      5. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;

    6. politieambtenaren en bevoegde gemeentelijke toezichthouders worden toegelaten tot de seksinrichting of het kantoor van het escortbedrijf voor het uitvoeren van toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet of deze verordening bepaalde;

    7. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;

    8. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur;

    9. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.

  3. Het is verboden om een seksinrichting als woonruimte te gebruiken of in gebruik te nemen.