1. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

  2. Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, die door de burgemeester is aangewezen omdat de openbare orde dat naar zijn oordeel noodzakelijk maakt in verband met het openlijk gebruik van of het gedrag van gebruikers van deze middelen anderszins, deel te nemen aan een samenscholing van drie of meer personen, met het kennelijke doel tot het gebruik van bedoelde middelen.

  3. De aanwijzing van de openbare plaats, als in het tweede lid bedoeld, wordt gegeven voor ten hoogste zes maanden, welke termijn telkens kan worden verlengd met zes maanden.

  4. Degene, die zich bevindt in een samenscholing van personen als in het tweede lid bedoeld, is verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie direct zijn weg te vervolgen of zich of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.