1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. De aanvraag om vergunning geschiedt op een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  3. De vergunning is op naam van de exploitant van de openbare inrichting gesteld en is niet overdraagbaar.

  4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in

    1. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

    2. een zorginstelling;

    3. een museum;

    4. gebouwen in gebruik voor het belijden van een godsdienst.

  5. De burgemeester kan voor bepaalde categorieën van openbare inrichtingen vrijstelling van de vergunningplicht verlenen;

  6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.