Algemene plaatselijke verordening gemeente Alkmaar BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid
Paragraaf Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Manifestaties
Paragraaf Vertoningen en dergelijke op de weg
Paragraaf Veiligheid op of in het openbaar water
Paragraaf Veiligheid op de weg
Paragraaf Afdeling 2 Evenementen en voetbalwedstrijden
Paragraaf Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 4 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 5 Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 6 Verbod vuurwerk afsteken en carbidschieten
Paragraaf Afdeling 7 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 8 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Andere onderwerpen over de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen

Artikel 3:1

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  1. advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt;

  2. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;

  3. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon of rechtspersonen die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

  4. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, als van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf of escortbedrijf wordt uitgeoefend;

  5. klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een (raam)prostitutiebedrijf, escortbedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten;

  6. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

  7. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

  8. prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;

  9. raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor het publiek toegankelijke plaats;

  10. seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen vergoeding of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen vergoeding;

  11. seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;

  12. werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding worden verricht.

Artikel 3:2

Bevoegd bestuursorgaan

In dit hoofdstuk wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3:3

Nadere regels

Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:6, vijfde lid en het bepaalde in artikel 3:4 kan het bevoegd bestuursorgaan nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.

Artikel 3:4

Bedrijfsplan

Een prostitutiebedrijf of een escortbedrijf beschikt over een bedrijfsplan.

Artikel 3:5

Vergunning seksbedrijf

  1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een seksbedrijf of een escortbedrijf uit te oefenen of te wijzigen.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen.

  3. Het bevoegd bestuursorgaan beslist, in afwijking van artikel 1:2, binnen twaalf weken op de aanvraag om een vergunning.

  4. De in het derde lid gestelde termijn kan door het bevoegd bestuursorgaan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

  5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

  6. Het college kan het aantal te verlenen vergunningen voor seksbedrijven en het aantal werkruimten aan een maximum binden.

  7. De vergunning voor een seksbedrijf wordt verleend voor de duur van drie jaar tenzij in de vergunning anders staat vermeld. De vergunning wordt op naam van de exploitant gesteld en is niet overdraagbaar.

Artikel 3:6

Weigeringsgronden

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning geweigerd als:

    1. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;

    2. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;

    3. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

    4. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    5. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;

    6. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000;

    7. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden;

    8. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens of ook wegens overtreding van:

      1. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

      2. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;

      3. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

      4. de artikelen 8 en 162, derde lid, en ook artikel 6 in samenhang gelezen met artikel 8 of in samenhang gelezen met artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

      5. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;

      6. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie;

      7. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen.

    9. het maximum aantal vergunningen en/of maximum aantal werkruimten, zoals door het college is vastgesteld in de nadere regels op grond van deze verordening, is bereikt.

    10. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.

  2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid en onder g en h, wordt gelijk gesteld:

    1. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf;

    2. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt.

  3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder g en h, wordt:

    1. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning;

    2. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning.

  4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

  5. Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, worden geweigerd in het belang van:

    1. het voorkomen of beperken van overlast;

    2. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    3. de veiligheid van personen of goederen;

    4. de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    5. de gezondheid of zedelijkheid;

    6. de arbeidsomstandigheden van de prostituee;

  6. Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, worden geweigerd als het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde in de nadere regels op grond van deze verordening.

Artikel 3:7

Adverteren voor seksbedrijf

Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:

  1. geen vermelding op te nemen van het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het escortbedrijf zal worden gebruikt, het nummer van de vergunning en van de bedrijfsnaam;

  2. vermelding op te nemen van een ander nummer dan bedoeld onder a, en

  3. onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

Artikel 3:8

Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf of escortbedrijf

  1. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die:

    1. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;

    2. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.

  2. Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf of escortbedrijf is verleend.

Artikel 3:9

Sluitingstijden, aanwezigheid en toegang

  1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers of prostituees geopend te hebben en daarin bezoekers of prostituees toe te laten of te laten verblijven dagelijks tussen 01.00 en 07.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.

  3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers.

  4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting, tenzij bij vergunning anders is bepaald.

Artikel 3:10

Tijdelijke afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting

  1. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:6, vijfde lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:

    1. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:9, eerste en derde lid, geldende sluitingstijden vaststellen;

    2. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op grond van het bepaalde in artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3:11

Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder

  1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers te hebben geopend, zonder dat de op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.

  2. De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:

    1. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en

    2. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.

Artikel 3:12

Beëindiging exploitatie

  1. De vergunning vervalt als de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning onherroepelijk is geworden.

  2. De vergunning vervalt verder zodra de exploitant die op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

  3. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan de burgemeester of het college.

Artikel 3:13

Melding gewijzigde omstandigheden

  1. Als de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan de burgemeester of het college.

  2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, als het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning in overeenstemming met de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in het artikel 3:6, eerste lid, onder a tot en met j, zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat op de aanvraag is besloten.

Artikel 3:14

Intrekking of schorsing van een vergunning

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning als bedoeld in artikel 3:5 ingetrokken als:

    1. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    2. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

    3. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;

    4. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid onder a tot en met h;

    5. de houder dit verzoekt.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de vergunning als bedoeld in artikel 3:5 worden geschorst of ingetrokken als:

    1. er sprake is van gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten waarbij de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

    2. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het bepaalde in het eerste lid en onder c;

    3. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- of leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;

    4. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;

    5. er bij het seksbedrijf of escortbedrijf personen zijn tewerkgesteld die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;

    6. voor de duur van tenminste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning;

    7. er is gehandeld in strijd met het bedrijfsplan;

    8. er is gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.

Artikel 3:15

Straatprostitutie

  1. Het is verboden op openbare plaatsen of het openbaar water door handelingen, houding, woord, gebaar of op een andere manier, passanten te bewegen, uit te nodigen of aan te lokken om gebruik te maken van de diensten van een prostituee.

  2. Het is verboden zich op openbare plaatsen of het openbaar water op enige manier dwingend te bemoeien met een prostituee.

  3. Met het oog op de naleving van het in het eerste en tweede lid bedoelde verbod, kan door een ambtenaar van politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar van de unit Veiligheid, team Handhaving het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  4. Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:6, vijfde lid, kan door een ambtenaar van politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar van de unit Veiligheid, team Handhaving aan personen die zich bevinden op de openbare plaatsen of het openbaar water bedoeld in het eerste en tweede lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  5. De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:6, vijfde lid, personen aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het vijfde lid, verbieden zich tijdens een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de in dat besluit aangegeven openbare plaats(en) of het openbaar water. Degene die een verbod heeft gekregen moet hieraan onmiddellijk te voldoen.

  6. De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vijfde lid als dat in verband met persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk is.

Artikel 3:16

Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

  1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:

    1. als het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;

    2. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.

  2. Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Alkmaar